vrijdag 10 oktober 2014

Een reis door het leven van Kees van Kees Momma

Een reis door het leven van Kees is een samenvoeging van twee eerder verschenen boeken: En toen verscheen een regenboog (1996) waarin Kees vertelt over zijn jeugd en problemen die hij mede door zijn autisme dan ervaart en Achter de onzichtbare muur (1999) waarin hij schrijft over de gebeurtenissen die plaatsvinden tussen zijn dertigste en vijfendertigste. 

In het laatste deel vertelt Kees onder andere over zijn werkervaringen, zweefvliegen, vakanties en over de korte documentaire Trainman die in die tijd over hem gemaakt is. Het boeiendst vertelt Kees over zijn perikelen tijdens het opdoen van werkervaring door middel van stages. Dat komt omdat bijna alles wat Kees 'overkomt' zo herkenbaar is voor iedereen die op een kantoor werkt: 'lollige' collega's, irritante geluiden, de zomerhitte die met geen klimaatregeling te voorkomen is, en meer van dat soort herkenbare situaties. De eerste klus van Kees is van korte duur. Kees vindt het al snel afschuwelijk warm op de afdeling en gaat bij zijn baas klagen: 

Ik vroeg of het mogelijk was een raam open te zetten.
'Nee, dat kan helaas niet,' zei de chef, 'het gebouw heeft uit veiligheidsoverwegingen gesloten vensters.'
'Maar ik het het tijdens mijn werk flink benauwd gehad.'
'Ja, daar hebben we allemaal last van. 's Zomers kan de temperatuur hier tot wel veertig graden oplopen.'
'Wát? Zoveel? Maar is er dan geen zonnescherm dat neergelaten kan worden of airconditioning die kan worden aangezet?'
'Er is niets en het ziet er voorlopig ook niet naar uit dat er zo'n voorziening komt.'
Ik was met stomheid geslagen. Moest ik werkelijk straks in de zomermaanden in ondraaglijke hitte werken? Dat leek mij een ondoenlijke opgave. 'Maar ik vind veel concentratieproblemen als het zo warm is. Dan gaat het niet meer.'
'Kees, dat weet ik ook wel, maar het is gewoon niet mogelijk. Het probleem is al eens ter sprake gekomen, maar er zijn nou eenmaal andere dingen die belangrijker zijn dan dit. Je zult het toch moeten aanvaarden.'

Wie herkent dit niet? En wie wordt daar niet boos over? Kees legt zich er bij neer, maar na slechts drie ochtenden daar gewerkt te hebben, wordt hem bericht dat er een geen plaats meer is voor hem. Te hoge werkdruk, te weinig mensen om hem te begeleiden en de chef was nogal geschrokken van de agressieve wijze waarop Kees hem had aangesproken.
In het stagerapport van een andere stage, waar Kees het wel volhoudt en de omgeving het ook met hem uithoudt, wordt hij verrast door de inhoud. Kees heeft de indruk dat het allemaal erg goed is gegaan, maar zijn collega's zijn minder onder de indruk. Kees heeft niet geleerd zich aan te passen en om te gaan met een mensen en situaties in een omgeving die hij niet onder controle heeft, maar heeft in plaats daarvan zijn collega's en omgeving naar zijn hand gezet. 

'De vraag rijst welk gedrag heeft met autisme te maken en welk gedrag met verwendheid. Dus, Kees, behalve dat voor jou de arbeidstraining van een te zwaar niveauk was, hebben je collega's een vermoeden dat je verwend bent.'

Kees is verontwaardigd en ontkent hartgrondig dat hij verwend is. Aan de andere kant eindigt hij dit relaas met de conclusie dat hij wel verder kan komen in zijn ontwikkeling door vaker met andere mensen om te gaan, maar "integreren is een te zware opgave. Autisme is en blijft een belemmering."

Het gevoel van de collega's van Kees is begrijpelijk. Zeker de verhalen in Achter de onzichtbare muur geven aanleiding om te vermoeden dat Kees zijn handicap nogal eens aangrijpt om zich niet aan te hoeven passen of om zijn zin door te drijven. Maar iedere keer dat die gedachte tijdens het lezen zich bij mij vormde, herinnerde ik me de Groningse logeerpartij. Kees is vier en gaat samen met zijn moeder logeren bij een vriendin van zijn moeder. Kees en de twee kinderen uit het gezin kunnen niet met elkaar overweg, hij maakt per ongeluk speelgoed kapot, vertrouwt de vader van het gezin niet en voelt zich daar al met al erg ongemakkelijk. Omdat het toilet te hoog voor hem is, poept Kees van ellende in de logeerkamer en onderzoekt daarna geïntrigeerd het materiaal waaruit de keutels gevormd zijn. Uiteindelijk roept hij om hulp, maar krijgt in plaats daarvan een boze reactie van de vrouw des huizes.

Maar ik was toen nog niet in staat haar te vragen om me te helpen bij de klimpartij op de bril. Ik kon alleen op deze wijze kenbaar maken dat de wc voor mij niet binnen bereik was. Alle gedachten kronkelden in mijn hoofd, waardoor ik zeer zwijgzaam werd. Door gauw een andere gedachte op te roepen, probeerde ik de ellende te vergeten. Ik zei ineens hardop: 'De rode bus naar het station.'
Voordat ik het wist, was de logeerpartij alweer voorbij.

Dat is toch hartverscheurend? 

Een reis door het leven van Kees zou een fijner, leesbaarder en daardoor interessanter boek hebben opgeleverd als - met name - het tweede deel zou zijn ingekort. De zweefvliegverhalen en de diverse vakantieverhalen geven geen nieuwe informatie over hoe het leven voor Kees is en de archaïsche vertelwijze is niet boeiend genoeg om de aandacht vast te blijven houden.
Ondanks deze kanttekening is Een reis door het leven van Kees het lezen waard en al helemaal in aanvulling (vooraf) op de documentaire Het beste voor Kees, die te zien is via Holland Doc of via Uitzending gemist (2Doc). Niet omdat je dan precies weet wat het is om autistisch te zijn, maar wel omdat Kees erin geslaagd is om duidelijk te maken hoe weinig verschil er is tussen 'normaal' en 'autistisch'...

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen