zaterdag 13 januari 2018

Can't you read? (uit Eve's Hollywood - Eve Babitz)

[...]
I don’t remember how old I was when I first heard Los Angeles described as a “wasteland” or “seven suburbs in search of a city” or any of the other curious remarks uttered by people.
It was never like that for us growing up here.
For one thing, there was always so much going on, so many different people, and my mother’s constant soirees and dinners.
“Wasteland” is a word I don’t understand anyway because physically, surely, they couldn’t have thought it was a wasteland—it has all these citrus trees and flowers growing everywhere.
I know they meant “culturally.” But it wasn’t.
Culturally, L.A. has always been a humid jungle alive with seething L.A. projects that I guess people from other places just can’t see. It takes a certain kind of innocence to like L.A., anyway. It requires a certain plain happiness inside to be happy in L.A., to choose it and be happy here. When people are not happy, they fight against L.A. and say it’s a “wasteland” and other helpful descriptions.
Vera Stravinsky once told me that in 1937 she went on a picnic, in a few limousines, that Paulette Goddard had prepared (“because she was quite a gourmet . . .” Vera said). On the Picnic was the Stravinskys, Charlie Chaplin and Paulette Goddard, Greta Garbo, Bertrand Russell and the Huxleys. They got into the cars to drive to a likely spot, but there were no likely spots and they drove and drove. There had been a drought and everything was dry, there was no grass and so finally they spotted the measly L.A. “River” and decided to spread their blanket on its ridiculous banks and make the best of it. The “L.A. River” is a trickle that only looks slightly like a river if there’s been a downpour for three months but even then it doesn’t look like a river. Anyway, they spread out the food, the champagne, the caviar, the pâté and everything and sat on the banks of the “river” beneath a bridge over which cars were going.
“Hey!”
They looked up and there was a motorcycle cop with his fists on his hips, looking cross.
“Yes?” Bertrand Russell stood up to inquire.
There was a sign that said that people were not allowed to picnic by the “river.”
The cop pointed at the sign and looked at Russell and then said, “Can’t you read?”
If the story’s details are different, if it was another year and the Huxleys weren’t there, still, it is an L.A. “wasteland” story. It’s a story of L.A.
The cop only relented when he recognized Garbo.
[...]

Zie verder Eve Babitz, a Glamour Girl Who Refused to Be Dull (recensie The New York Times)

zondag 7 januari 2018

Grime van Wytske Versteeg

GrimeGrime by Wytske Versteeg
My rating: 4 of 5 stars

'Je vertrouwt erop dat je hetzelfde ziet als anderen, ' zegt ze, een paar gesprekken later. 'Dat je de wereld begrijpt zoals zij. Natuurlijk zijn er verschillen. Als je geen rood kunt zien, dan ben je kleurenblind. daar is een woord voor en het is niet erg. Maar een tafel zien en niet weten, niet zeker, of het een tafel is, zelfs als je het ruwe oppervlak kunt voelen, op datzelfde moment en het toch niet kunnen geloven, omdat je niet meer weet wat je vertrouwen kunt. Daarna zul je voor altijd anders zijn, anders door de gezichten van de anderen, door hoe zij naar jou kijken.'
Gevraagd naar haar grootste angst geeft Suyin dit antwoord. Het is Nino, de ik-persoon, de verteller van het verhaal die haar de vraag stelt. Sophie is ook aanwezig, net als Michael. Michael, de jeugdvriend van Nino, is Suyin aan het filmen terwijl ze de vragen van Nino beantwoordt. En dan vertelt Suyin over Grime, de gezichtloze, lange Slenderman, de hoofdpersoon van een van die enge verhalen die de groep schoolmeiden waar Suyin, samen met Sophie, onderdeel van was, elkaar vertelden. Maar Grime is vanaf dat moment langzaam maar zeker steeds reëler geworden en ging meer en meer Suyins leven beheersen.

De vier zijn op dit moment allen aanwezig op Shelterwood, een instituut dat door Suyins vader is gesticht, speciaal voor jongeren zoals Suyin die wel wat beschutting en hulp kunnen gebruiken voor het omgaan met de buitenwereld. Nino en Michael zijn jeugdvrienden, maar Michael is een tijdlang buiten beeld geweest. Ineens, van de ene op de andere dag was hij weg zonder Nino ook maar iets te vertellen, niet lang nadat hij een volledig in paniek geraakte Nino uit het uitgestrekte woud rondom hun woonplaats redde.
Nino vertrekt niet lang nadat Michael is verdwenen naar Shelterwood en maakt daar kennis met Suyin, op wie hij hevig verliefd wordt, en Sophie, de vriendin van Suyin. Als hij vervolgens de kans krijgt om een kamer te huren in het huis waar Suyin en Sopie wonen, neemt hij dat natuurlijk met beide handen aan.

En dan, ineens, is Michael daar weer. Michael, die in de tussentijd oorlogsfotograaf is geworden maar ook een enorme belangstelling voor films heeft gekregen. Het lukt hem vrij eenvoudig op basis van zijn ervaring om ook - tussentijds - op Shelterwood te worden aangenomen en zijn eerste films te maken. Waaronder de film Grime, waar het fragment dat hierboven staat in voorkomt en die uitloopt op iets verschrikkelijks. Zo verschrikkelijk dat het de vriendengroep voor altijd, zo lijkt het althans, opbreekt. Maar Nino en Sophie lopen elkaar op een gegeven moment weer tegen het lijf, worden verliefd en krijgen een kind, Kee. Maar Nino blijkt niet in staat om die zomer van de film achter zich te laten, en wil, zes jaar later, voor eens en voor altijd vaststellen en vastleggen wat er gebeurd is en gaat dus op ontdekkingsreis.

Grime is een hallucinerend verhaal met een verteller, Nino, die zeer precies en concreet zijn verhaal vertelt door middel van vloeiend in elkaar overlopende flashbacks, die in bijna concentrische cirkels uiteindelijk het hier en nu weer bereiken. Langzamerhand wordt duidelijk wat er tijdens die laatste zomer op Shelterwood is gebeurd en wat Suyin gedaan heeft of zou kunnen hebben gedaan, want net zoals Grime laat de waarheid haar gezicht nergens duidelijk zien. Het is daarom uiteindelijk aan de lezer om de werelden van waan en werkelijkheid van elkaar te onderscheiden, zonder daarbij te kunnen terugvallen op zekerheden een eigen verhaal te maken. Zoals altijd.

Gelezen ihkv De blind date leesclub #10 (december 2017) waardoor ik geholpen en gedwongen werd door, en samen met de andere deelnemers niets, maar dan ook niets zomaar voor waar aan te nemen.

View all my reviews

zondag 31 december 2017

Andromeda van Jef Schokkaert

AndromedaAndromeda by Jef Schokkaert
My rating: 3 of 5 stars

Tom de Cock schrijft op de site van Uitgeverij Vrijdag (20/20/2017) ter gelegenheid van de boekpresentatie van Andromeda het volgende:

Als ik zou zeggen: “Amai, de prijzen van de diepvriespizza van Dr. Oetker zijn weer gestegen, dat is eigenlijk echt een schande,” dan is de kans groot dat hij [Jef Schokkaert], turend in de verte en na een trek van zijn gerolde sigaret, zou zeggen: “Nee, Tom. Dat is geen schande, als je erover nadenkt. En ik zal je uitleggen waarom.” Elk van ons heeft op die manier wellicht al meer dan één lange, boeiende avond bij meer dan één fles wijn met Jef doorgebracht.

Ik hoor niet bij die 'elk van ons', maar heb wel diverse avonden doorgebracht met Schokkaerts debuut Andromeda, dat niet - als weTom de Cock mogen geloven - Schokkaerts eerste pennenvrucht is maar wel het eerste waar hij zo achter staat dat hij het aandurfde het te publiceren.
Bovenstaande quote geeft niet alleen een indruk van de schrijver, maar ook van wat er zoal gebeurt in Andromeda. Schokkaert vertelt veel via zijn personages, raakt veel grote onderwerpen aan, legt het een en ander aan narigheid bloot en tracht daarmee de lezer aan het denken te zetten over klimaatverandering, vervuiling, geldbeluste big pharma, terroristische aanslagen, de strijd tegen HIV, vernietiging van natuurgebieden, enz, en de eigen rol en verantwoordelijkheid daarbij.

Wat ontbreekt zijn de gerolde sigaret en de fles wijn, en misschien dat die nodig zijn om dieper op de onderwerpen in te gaan. Het kapitalisme word diverse malen als de grote schuldige aangewezen, maar hoe dat dan komt, wordt nergens duidelijk. Zo vertelt Hazel, een van de hoofdpersonen, het volgende over een olieramp bij Groenland:

'[...] Enkelingen dan nog die niet verder kijken dan hun ambtstermijn, of een bedrag op een spaarrekening dat overtreft wat een normale mens in heel zijn leven verdient. En ik geloof ook dat als je kijkt naar wat er nu gebeurd is bij de Prometheus aan de kust van Groenland, mensen zich stilaan vragen beginnen te stellen bij de gevolgen die onze levensstijl met zich meebrengt. 250 miljoen liter ruwe olie die in een tot dan toe onaangeroerd stukje zee sijpelt, dat is bijna dubbel zo erg als de Exxon Valdez in ‘89. Ze wisten dat het een gevaarlijke passage was met de ijsschotsen in die tijd van het jaar, maar toch werden ze in zee gedwongen door de strakke schema’s die enkele sigarenrokende bonzen aan de top van de voedselpiramide erop nahouden. Ik bedoel, hoe kan je daar nu niet woest van worden?’

Dit verklaart echter niets, natuurlijk. Ook die sigarenrokende bonzen zijn mensen, en iedereen die eraan meewerkte, tot aan degenen die op de Prometheus aanwezig waren. Niemand heeft Groenland willen vervuilen met die olie, waarom is dat schip dan toch gaan varen? Dát wordt niet onderzocht of uitgeplozen... Net zomin als de plotseloze kentering in de Braziliaanse onlusten. In een paar zinnen is het opgelost:

Het stadsbestuur [van Rio de Janeiro] overwoog de staat van beleg af te kondigen, maar bij vervroegde verkiezingen werd er een nieuwe regering gestemd die onmiddellijk enkele crisismaatregelen invoerde: het minimumloon werd geïndexeerd, er werden vier grote centra opgericht voor de opvang van zwervers en drugverslaafden en de politie bewaakte de openbare instellingen met veel vertoon. [...] Rio werd traag maar zeker opnieuw een leefbare stad. 

#Hoedan? #Waaromdan? Waar komen die verstandige politici ineens vandaan?

Als de personages dan ook nog bijna uitsluitend bestaan om al die ellende aan de orde te stellen en daardoor nooit echt van vlees en bloed worden, dan blijft er helaas niet meer over dan een beloftevol verhaal dat de belofte nergens helemaal inloste...

(gelezen ihkv een Hebbanleesclub)

View all my reviews

zaterdag 30 december 2017

A-tishoo! A-tishoo!

Dankzij Petra, die meedoet aan de leesclub Blind date #10 - Grime van Wytske Versteeg - heb ik vanmorgen vroeg de engste (tv-)ervaring ooit opnieuw onder ogen gekregen... en overleefd.
Petra begon een reactie met:
Bij de leesclub zag ik, voordat we wisten om welk boek het ging, een stukje over een kinderliedje. 
Dead man dead man come alive
when I come to the count of five
one.. two... three... four
En toen ik dat las, zag ik direct (voor de zoveelste keer) een trap voor me en hoorde 'a tissue, a tissue' en het bijbehorende angstige gevoel bekroop me wederom. Zoals altijd. Meer zag en hoorde ik nooit, maar ik weet hoe ongelooflijk eng ik het vind. Ik wist dat de scène uit een tv-serie van lang geleden afkomstig was, maar meer ook niet. Ik heb eerder wel gezocht, maar nooit gevonden.... tot vanmorgen. Eerder vond ik wel het kinderrijmpje waaruit die zin afkomstig was:
Ring-a-ring o' roses,
A pocket full of posies,
A-tishoo! A-tishoo!
We all fall down.[4]
Cows in the meadows
Eating buttercups
A-tishoo! A-tishoo!
We all jump up.
Maar nu vond ik, toen ik zocht op de titel van het rijmpje en 'tv-serie' dit verhaal over de tv-serie Saffier en Staal en zonder de tekst te lezen, maar slechts afbeeldingen te zien, wist ik dat dit de serie was: Saffier en Staal... Jep, met Joanna Lumley en David McCullam. Als broekies (maar ja, dat was ik toen ook .... vergeleken met nu)


Googelend op 'Sapphire Steel A-tishoo' hoop ik op YouTube het fragment terug te vinden. En ja... dat lukt!! Maar op uitermate druilerige ochtend in december 2017 blijkt dat wat mij bijna vier decennia als het hoogtepunt van ENG is bijgebleven ... euh ... laat ik het eufemistisch uitdrukken ... niet zo heel erg eng (meer) te zijn. En die ene scène in mijn hoofd? Die blijkt zo'n acht minuten te duren (vanaf ongeveer 17:26) in de laatste aflevering van de eerste serie.


Aan het eind van drie uur verspreidt over zes weken?!? OMG, wat waren we toen geduldig... Het hele verhaal zou nu in een half uur verteld worden, inclusief minstens twee reclameblokken.
Het is wellicht een beetje onttoverd, maar toch... met deze blog heb ik mijn grootste angst uit een tv-serie 'vereeuwigd'. hoewel ik moet toegeven dat dit stukje uit Twin Peaks een zeer nabije tweede is (of was). Het engste uit een film is dit stukje uit de eerste Excorsist waarbij het effect van het geluid (toen) niet onderschat moet worden:


Nachtmerries van gehad. Dat kreng zat op mijn voeteneind. Echt waar!
En het engste stukje uit een boek? Het enige wat ik nog weet is dat het in een kinderslaapkamer was, en dat er zich (wellicht?) 'iets' in een kast (ofzo) bevond, en dat het een boek van Stephen King betrof. Helemaal aan het begin van het verhaal... ik heb het dichtgeslagen en ben een ander boek gaan zoeken en heb nooit meer iets van King durven lezen. Was het It? Was het Pet Sematary? Een andere? Geen idee... dus als iemand me daarbij kan helpen, graag. Dan zal ik ook die angst van vroeger onder ogen gaan zien.

Maar eerst... eerst en vooral Grime onder ogen zien! Samen met Francine, Karin, Daniëlle, Ine, Marjolijn, Isabella, Irene, Gerda, Barbara en Petra, natuurlijk.
Heb jij ook zulke scènes van vroeger in je hoofd zitten? Vertel eens!

Oorspronkelijke blog is te vinden op Hebban.nl

dinsdag 26 december 2017

Waarom ik mensen niet in mootjes hak van Renske de Greef

Waarom ik mensen niet in mootjes hakWaarom ik mensen niet in mootjes hak by Renske de Greef
My rating: 4 of 5 stars

Renske de Greef schrijft al sinds haar zestiende columns voor Spunk, een Nederlands webzine voor jongeren. Deze columns werden in 2005 gebundeld en uitgegeven onder de naam Lust: Liefde, Seks en Bambihertjes. Twee jaar later kwam haar eerste roman, Was alles maar konijnen, uit terwijl ze ondertussen op uitnodiging van Plan Nederland Afrika bezocht en in het kader van Wereldaidsdag het boekje Seks in Afrika schreef. In 2010, nadat haar tweede roman het licht had gezien, nam zij de column van Aaf Brandt Corstius in NRC Next over. Vervolgens werd ze gevraagd voor De Morgen en diverse tijdschriften columns te verzorgen.
Met de tekstcolumn in NRC Next is ze gestopt, maar sinds 2015 maakt De Greef voor de zaterdagse editie een stripcolumn onder de naam Renske Stript. Dat zijn met de hand geschreven en getekende columns over onderwerpen zo divers als sportief rijden, de kringloop van kliekjes, katten natuurlijk, over waarom ze niet meer op Facebook zit, welk lot ze als dier staat te wachten, de onzin van 'die venus vs mars-rotzooi, buitenlandse scheldwoorden, 'carbon guilt' en alternatieve kerstkaarten.

dierenlot%20fragment.gif

Op een grappige, bescheiden lijkende wijze stelt Renske de Greef zichzelf en daarmee iedereen die haar columns bekijkt, vragen over haar ideeën, haar keuzes en tot hoever ze bereid is te sjoemelen met haar principes. Soms, echter, zegt ze simpel en recht voor haar raap wat ze ergens van denkt, zoals aan het eind van Hotter than your daughter:

hotter%20fragment.gif

En dan zijn er nog de columns waarin ze haar frustraties van zich afschrijftekent, zoals de column waarin ze vertelt wat er zoal gebeurt op het moment dat ze online naar een film wil kijken.

streamen%20fragment.gif

Waarom ik mensen niet in mootjes hak is bij tijd en wijle hilarisch herkenbaar en daarom goed voor oprecht schaterlachen. Hoewel... zou iedereen schaterlachen of zelfs maar kunnen glimlachen om de column waarin ze uitlegt waarom ze mensen niet in mootjes hakt? Of die waarin uitgelegd wordt dat onze samenleving wel wat meer 'carbon guilt' kan gebruiken? Het is zelfs voorstelbaar dat er mensen zijn die boos worden van sommige columns, zoals De Histor kleurenwaaierDe PVV-fiets of Over vlees eten en stoer zijn. En juist die groep zou deze columns moeten lezen zoals De Greef zo kernachtig uitlegt in Lees dit dan gewoon niet:

lees%20dit%20dan%20gewoon%20niet.gif

Er zijn voor deze verzameling stripcolumns dan ook drie doelgroepen: mensen die graag om (de overtuigingen van) zichzelf en Renske de Greef willen lachen, mensen die helemaal niet om (de overtuigingen van) zichzelf en Renske de Greef kunnen lachen en mensen die dol zijn op kleurplaten. Als de eerste groep Waarom ik mensen niet in mootjes hak nu eens in tweevoud aanschaffen, om één exemplaar cadeau te doen aan zichzelf en de tweede, voorzien van een Greefiaanse alternatieve kerstkaart, onder de kerstboom legt voor de tweede groep mét de aanwijzing om eerst de column op bladzijde 13 te lezen, dan kan de doelgroep er voor zorgen dat Renske de Greef blij wordt van haar nieuwe roomba met complimentenfunctie... 

Gelezen en gerecenseerd voor Hebban.nl

View all my reviews

Zoals het is van Floris Tilanus

Zoals het isZoals het is by Floris Tilanus
My rating: 5 of 5 stars

Ter gelegenheid van het verschijnen van Zoals het is én om mensen op te vrolijken, maakte Floris Tilanus een 3 bij 4 meter grote afbeelding op een, wegens verbouwingswerkzaamheden dichtgetimmerde, winkel in de Utrechtsestraat in Amsterdam. De tekening werd op de houten schotten geprojecteerd, die Tilanus vervolgens met duizenden en duizenden krasjes 'inkleurde', net zoals hij dat deed met zijn tekeningen in Zoals het is.

01%20Zoals%20het%20is.jpg

Professor Joachim Schwarz, de hoofdpersoon uit Zoals het is, steekt, met een tasje van boekhandel Zwart op wit om zijn rechterarm, de straat over. Hij, Joachim Schwarz, is het enige fictieve element in de verder waarheidsgetrouwe weergave van de straat, want Joachim Schwarz brengt normaal gesproken zijn dagen door in Berlijn.  

Een van die dagen volgt Tilanus de professor vanaf het moment dat hij, na een licht ontbijt, naar de universiteit loopt. Het volgen gebeurt door tekst op de linkerpagina, waar in de meeste gevallen niet meer dan twee regels te vinden zijn, en door een uiterst gedetailleerde pentekening op de rechterpagina die de woorden op eigenzinnige en verrassende wijze verbeeldt. Zoals het moment waarop de professor door het park wandelt en daar een oude vriend ontmoet, 'die is uitgegroeid tot een van de succesvolste auteurs van zijn tijd', waarmee hij lange, hartelijke gesprekken voert.

02%20Zoals%20het%20is.jpg

Tilanus speelt voortdurend met de verwachting en de verbeelding van de lezer en waarschuwt daar al voor op de kaft van het boekje, hoewel je dat pas weet als je binnenin kennis hebt gemaakt met de professor. Het is namelijk niet de met fikse, ferme passen overstekende kale heer met baard en bril die de hoofdpersoon is, maar de gebogen figuur, rechts, voor de verlichte etalage van een makelaar tijdens een grijsgrauwe Berlijnse nacht. Voorzien van bolhoed, en een lange warme jas die tot de enkels valt. Een jas waarin gewoond kan worden.  

Het bevreemdende van Zoals het is is dat tekst en tekening elkaar niet aanvullen en zo de interpretatie eenduidig maken, maar dat de tekeningen aanmoedigen om te blijven zoeken en geen genoegen te nemen met wat je in eerste instantie denkt of ziet te weten van het leven van professor Schwarz. Dat geldt niet alleen voor zijn huidige leven, maar ook voor dat wat eraan voorafgegaan is.
Is het eenzaamheid en gebrek aan gezelschap dat hem drijft tot gesprekken met een standbeeld in het park? Of is dat precies wat professor Schwarz zoekt en wil hij - 's middags in het park - niets met andere mensen te maken hebben? Wil professor Schwarz dat het is, zoals het is, of zou hij willen dat het anders was? Het is aan de beschouwer van dit kleine, maar verbijsterend rijke boekje om twijfelend antwoorden te vinden... of dat met opzet en voldaan uit te stellen. Iedere keer dat je het leest en bekijkt, omdat niets is zoals het lijkt. Waarschijnlijk.

Gelezen en gerecenseerd voor Hebban.nl

View all my reviews

Fabels van Jean de La Fontaine

FabelsFabels by Jean de La Fontaine
My rating: 5 of 5 stars

Jean de La Fontaine, geboren in 1621, staat bekend als verzamelaar en naverteller van fabels, maar was daarnaast ook dichter, verteller, brievenschrijver, essayist, vertaler uit het latijn en opera- en komedieschrijver, zo valt in het nawoord van Fabels te lezen. Waarschijnlijk het meest bekend zijn de fabels van Aesopus, de Griekse slaaf van 600 v Chr. en in mindere mate die van Phaedrus, Romeins dichter en slaaf uit de eerste eeuw na Chr.. Minder bekend is dat La Fontaine ook gebruikmaakte van dierenverhalen uit onder andere het Midden-Oosten en India.

Marietje d'Hane-Scheltema heeft ongeveer een kwart van de door La Fontaine verzamelde fabels opnieuw vertaald, die Floris Tilanus met zijn kenmerkende pentekeningen voorzien heeft van schitterende initialen, zoals de D van de eerste zin van De zon en de kikkers. De koning trouwt en het volk viert feest met uitzondering van Aesopus, die de feestvierders waarschuwt door ze het verhaal van de kikkers en de zon te vertellen:

01%20D%20fabels.gife zon was eens van plan om te gaan trouwen,
maar ogenblikkelijk klonk er een groot,
heel groot protest uit elke kikkersloot,
een luid gekwaak: “Wat moet er van ons worden
als hij een groot gezin met zonnen maakt?
Eén zon is vaak al niet om uit te houden,straks staat daar hemelhoog een half dozijn
te schijnen! Dan valt elke waterplas
volkomen droog, iedere zee of sloot,
ieder moeras! Dan zal ons kikkervolk
voor eens en al verdwijnen in de Styx,
de doodsrivier...”  


Om te eindigen met toe te geven dat een kikker natuurlijk een simpel dier is, maar dat dit niet zo'n dwaze gedachte is. Marietje d'Hane-Scheltema heeft, zoals aan bovenstaande tekst te zien is, de fabels in vlot, eigentijds Nederlands vertaald waarbij opvalt dat ze niet alleen fijn lezen, maar vooral ook 'lekker' klinken als ze hardop worden naverteld of voorgelezen. Bij sommige fabels zijn achterin aantekeningen te lezen die wat meer over de achtergrond vertellen, het commentaar van La Fontaine op de fabel weergeven of de gebruikte symboliek uitleggen. De aantekening bij de tiende fabel, Het kalf, de Geit, het Schaap en de Leeuw, legt bijvoorbeeld uit waarom Aesopus en Phaedrus van dieren gebruikmaakten om de mens met al zijn fouten en onhebbelijkheden weer te geven. Soms, zoals in het geval van de Twee geiten, wordt de vertaling toegelicht en uitgelegd waarom een bepaald woord gekozen is.

Om dit bijzondere fabelboek, dat er toch al, van binnen én van buiten, buitengewoon fraai uitziet nog begeerlijker te maken, heeft Floris Tilanus zich een vijftal keren uitgeleefd in tekeningen. Elk van die pentekeningen neemt twee tegenover elkaar liggende pagina's in beslag, en horen bij de fabel die op de pagina ervoor is opgenomen.

02%20Fragment%20fabels.gif

Deze Fabels van La Fontaine heeft één 'minpunt': niet al het werk van La Fontaine is erin opgenomen! Slechts 104  van de 240 zijn opgenomen, waaronder het overbekende verhaal van De Krekel en de Mier. Zij nemen samen de opening voor hun rekening, terwijl De Gek en de Filosoof het op een geweldige en passende manier afsluiten.

03%20E%20fabels.gifen gek zag ooit op straat een filosoof
en gooide steentjes naar zijn hoofd.  
De ander, niet gekwetst, draaide zich om
en zei: 'Mijn vriend, je doet je best  
en gooit heel goed, je hebt een fooi verdiend'
en schoof een geldstuk in zijn hand.  

De gek, heel blij, zag aan de overkant
nog iemand, nu geen filosoof,  
en gooide weer met steentjes naar zijn hoofd.
Straks word ik rijk... 
Maar die persoon  
betaalde met een ander loon.

Gelezen en gerecenseerd voor Hebban.nl

View all my reviews