maandag 30 december 2019

Mijn favorieten van 2019

Favoriete kinderboeken ooit

De zwarte hengst Bento, Okkie Pepernoot en Ankie en haar fjordenpaardje

Fictie

Exhalation, Night boat to Tangier en Wil

Non-fictie

Algoritmes aan de macht, Congo en Gigantisme

Graphic novels

I feel machine, De dolende god en Upgrade soul

Het favorietste boek van 2019

Game of Poems

zondag 22 december 2019

Gigantisme van Geert Noels

‘WeWork, of: hoe je in twee maanden 35 miljard aan waarde kunt verliezen’ kopte NRC op 1 november 2019 met daaronder:
‘Bubbel barst – Het Amerikaanse kantoorverhuurbedrijf WeWork verloor in luttele weken voor miljarden aan waarde, maar de oprichter vertrok als miljardair. Hoe kan zoiets gebeuren?’
Ja, hoe kan het dat dhr. Neumann vertrekt met anderhalf miljard dollar in zijn broekzak, terwijl duizenden werknemers hun baan dreigen te verliezen zonder een vergelijkbare vertrekpremie? Hoe kan het dat een bedrijf als WeWork, dat nog nooit ook maar een cent winst heeft gemaakt, op het hoogtepunt een geschatte waarde van 47 miljard dollar opgeplakt kreeg?
Voor dit specifieke geval volstaat het om het artikel in de NRC verder te lezen, of om naar de oktober- of novemberafleveringen van de podcast Slate Money te luisteren. Maar zoals uit Gigantisme van Geert Noels blijkt, is WeWork slechts een van de vele uitwassen van de economische ziekte die Noels ‘gigantisme’ noemt, analoog aan de medische term ‘acromegalie’: een zeldzame ziekte die gepaard gaat met een buitenproportionele groei van lichaamsdelen. Helaas is het economische gigantisme lang niet zo zeldzaam (meer) en heeft het bijna net zoveel - elkaars werking versterkende - groeihormonen als excessen.
Noels begint met het uitleggen wat gigantisme is, en toont dan onder andere aan dat het helemaal niet zo onlogisch is (in deze tijden van gigantisme) dat hogere winsten leiden tot lagere lonen. Niet als je je bedenkt dat er, vooal in de VS, slechts een paar bedrijven zijn die enorme winsten behalen (en soms puike lonen betalen), terwijl de winstgevendheid van kleine(re) ondernemingen stagneert.
Vervolgens komen de diverse groeihormonen aan de orde; de lage rente, globalisering, belastingontwijking van (grote) bedrijven, technologie, ‘crony kapitalisme’, ‘too big to fail’ en reclamebudgetten. Hoewel de werking van veel van die hormonen bekend is, geeft Noels er soms een verrassende draai aan:
‘De overheid is een onuitputtelijke bron van nieuwe regels en wil ook dat bedrijven zich aan die regels houden. Daarom heeft ze hen verplicht functies te creëren die dat garanderen. Dergelijke compliance-functies zijn een enorme last voor kleine ondernemingen, terwijl multinationals ze gemakkelijk kunnen inpassen binnen hun bestaande structuren. Daarom merk je ook dat grote concerns minder problemen hebben met nieuwe reglementering. Zij beseffen dat die een intredebarrière vormt voor de concurrentie en dus hun positie beschermt.’ 
Bij klein denk je al gauw aan wendbaar, maar zodra het om bureaucratie gaat blijkt dat regelmatig andersom te werken. Noels legt de oorzaken van het gigantisme in klare taal uit, regelmatig vergezeld van diagrammen, grafieken en andere illustraties die zijn punt verduidelijken:

In de inleiding heeft Noels uitgelegd dat hij zich niet tot de gevolgen voor de economie beperkt, maar zich afvraagt hoe ‘we de economie opnieuw gezond [krijgen]: voor de mens, de overheid, de gemeenschap en de planeet’. Hij toont vervolgens aan dat de Champions League rampzalig is voor voetbalclubs uit kleine(re) landen, zoals België en Nederland, en laat zien dat het op de biermarkt, in de retail en de zorg precies zo uitpakt. Topkwaliteit voor een enkeling en minder innovatie / minder concurrentie voor de rest, met in het ergste geval ontmenselijking van de economie als gevolg.
Gelukkig zijn we dan pas iets over de helft, en besteedt Noels de rest van de tijd aandacht aan maatregelen die genomen kunnen worden om gigantisme te bestrijden. Hij is daarbij reëel en belooft niet teveel. Hij bespreekt diverse maatregelen, geeft de impact daarvan aan én wat de haalbaarheid is. Allemaal terug te vinden in een tabel in het hoofdstuk ‘In tien stappen naar post-gigantisme’, paragraaf ‘Het kapitalisme redden van nepkapitalisten’.
Want laat één ding duidelijk zijn, Noels is geen ‘links gekkie’ of marxist... hij gelooft in het kapitalisme, maar weet – net als John Adams – dat er méér nodig is dan alleen een vrije markt als het om het welzijn van mensen gaat.

The dutch house van Ann Patchett

The Dutch HouseThe Dutch House by Ann Patchett
My rating: 3 of 5 stars

Ann Patchett, een gekende auteur uit de VS, kwam dit jaar via allerlei recensies (kranten, podcasts) langs en ik nam mij voor om nu eindelijk eens een boek van haar te lezen. Ze heeft voor eerdere boeken diverse literaire prijzen ontvangen,  en werd in 2012 zelfs door Time Magazine tot een van de 100 meest invloedrijke personen uitverkozen:
[...] Ann Patchett is a woman of wisdom, determination, generosity and courage. Her readers have probably always suspected this. Ann's moral code, after all, thrums throughout her novels — where characters are often called upon to summon up their decency, take a bold action and shift forever some stale old paradigm of power.
Bovenstaande schreef Elizabeth Gilbert ter gelegenheid van die uitverkiezing over Patchett en dus verwachtte ik iets daarvan terug te vinden in The Dutch house. Met veel goede wil kan dat ook, maar wat - na het omslaan van de laatste pagina - toch vooral bij mij blijft hangen, is dat er van dit verhaal niets zal blijven hangen. Van alle personages in het boek zullen de VanHoebeeks me waarschijnlijk nog het meest bijblijven, omdat ik me daarvan wél een voorstelling maakte, deze namelijk:


The Dutch House vertelt, rustig voortkabbelend, het verhaal van broer Danny en zijn oudere zus, Maeve - die halverwege de vorige eeuw opgroeiden in het huis van de titel, even buiten Philadelphia. Hun moeder is lang geleden verdwenen en ze zijn achtergelaten onder de hoede van het huishoudelijk personeel en hun vader. En dan komt op een dag, precies zoals je verwacht, de onaangename stiefmoeder met haar twee dochters het verhaal binnen. Er gebeurt wat je verwacht, maar dan zonder pompoen, koetsen, een bal of een passend schoentje. En kabbelend. Het blijft kabbelen. Wat er ook gebeurt, wie er ook wat overkomt, het verhaal blijft vlak, emotieloos en daardoor saai.
Nee, The Dutch House vond ik niet geweldig, op geen enkel vlak. Het verhaal boeide niet, de wijze waarop het verteld werd, vond ik niet uitzonderlijk, er was - kortom - niets in of door dit verhaal dat me aan het denken zette of op andere wijze ervoor zorgde dat ik erbij betrokken raakte.

In de NYT staat echter het volgende over dit boek:
Our willingness to serve each other represents the best of us, according to Patchett, and it is almost as if she wants to take the notion of motherhood and release its power into the commons — what if we were willing to mother one another, mother strangers? But she is also always full of warnings about the self-abnegation it requires, especially of women — and never more clearly than in this new novel.
Never more clearly!? Wow. Die waarschuwingen zijn bij mij niet aangekomen... ik zie een roman vol vrouwen(levens) waarover door een man, die hun zorg voor hem vanzelfsprekend vindt, verteld wordt. Meer niet. Nee, geef mij dan maar zo'n lekker duidelijk, niet mis te verstaan verhaal van Atwood!

View all my reviews

zondag 15 december 2019

De jongen, de mol, de vos en het paard

Het is vast geen toeval dat dit boek zo vlak voor kerst is uitgebracht, want het is bijna kerstiger dan kerst. Je hoeft alleen maar naar de afeelding op de voorkant van de (hard)cover te kijken, of het mooie dikke papier te voelen, of de geur bij het openslaan op te snuiven om te weten dat dit een speciaal boek is.

Charlie Mackesy, de maker, beschrijft zichzelf als volgt:
[hij] werd geboren tijdens een zeer koude besneeuwde winter in Northumberland. Hij ging nooit naar de kunstacademie maar bracht wel drie maanden in Amerika door met een portretschilder, van wie hij alles over anatomie leerde en leerde omgaan met bedwantsen.
Mackesy's afbeeldingen in pen, inkt en verf waren tot voor kort alleen in The Spectator, een Brits tijdschrift, en als illustraties in boeken te vinden. Toen Mackesy op Instagram een tekening plaatste van een jongen bovenop een groot paard, druk met elkaar in gesprek, werd dit al snel door velen opgepikt. De tekening oogt simpel, alsof het met maar een paar, nauwelijks overdachte streken is neergezet.
Mackesy plaatst meer tekeningen, de mol en de vos sluiten zich bij het tweetal aan en in minder dan geen tijd heeft Mackesy meer dan honderdduizend bewonderaars van zijn 'verhaal'. Allen raken betoverd door de stille wijsheid van de tekst en de elegante schetsen, die zelden of nooit van hashtags of titels zijn voorzien. Ze spreken zonder dat al genoeg tot de verbeelding.

Het is lastig om uit te leggen wat de overpeinzingen van Mackesy's personages onderscheidt van de talloze zoetsappige oprispingen waarmee sociale media worden platgebombardeerd. Het is niet alleen omdat de tekeningen en de tekst afkomstig zijn uit Mackesy's eigen, niet zo makkelijk leven, zijn eigen worstelingen, zijn verwondering over, en bewondering voor de sublieme wereldom ons heen, want dat geldt voor vele andere delers. Mackesy beschikt over het talent om dat vast te leggen in simpelogende beelden en teksten waar de enige zoetigheid cake is.

Die enkele tekening van in het begin op Instagram groeit uit tot een verhaal waarin een jonge jongen en drie dieren door het prachtige Engels landschap dwalen en praten over het leven, liefde, acceptatie en - niet te vergeten - die cake. Mackesy is inmiddels dol op Instagram:
I love this process. I can sit in a smelly room in Brixton, do a drawing, share it and immediately I’m not alone - and from the messages I get it’s actually having an effect on people’s lives.
De eerste grote reactie op de personages van The Boy, the mole, the fox and the Horse kwam nadat Mackesy een lang gesprek had gehad met Bear Grylls, een vriend uit zijn jeugd. Ze vroegen zich af wat het
meest moedige is dat je je maar kunt voorstellen, waarop Mackesy zei: "Ik ben niet OK en ik ga op zoek naar hulp”. Op de tekening die daarop gebaseerd was, werd massaal gereageerd.

In een interview met een Brits tijdschrift vertelt Mackesy over de (wereldwijde) reacties die hij krijgt op zijn tekeningen. Een Australische moeder vertelt hem bijvoorbeeld over haar blijdschap vanwege de wijze waarop zijn tekening met de caption 'never be ashamed of the way you feel' haar zoon hielp zich staande te houden in de machogemeenschap waarin zij leven. En hij vergeet nooit meer die enorme  ex-militair die hem bijna sprakeloos van emotie op een tentoonstelling vroeg om een ​​handtekening:'Wat had die man meegemaakt? Wat heeft hij gedaan? Wat heeft hij nagelaten? Het is zo belangrijk om die moeilijke dingen onder ogen te zien en vooral mannen hebben zelden geleerd om hierover te praten.'

En nu is er het boek. Een prachtig cadeau voor iedereen die het soms moeilijk heeft, en voor iedereen daarom heen om hen te helpen bij het opbeuren.