zaterdag 31 augustus 2019

Twice shy van Joel Orff

Orff verbreekt stilte met schuchter en liefdevol vader-dochter verhaal

oXwWpM0hqLUnGlkH2HwQ2KarXy6z5YJCAMFoUR2FsEoKEq74A0j0wCBhnfJzWIQm2Ef-pQ5pS2uqzuuC7v6MEgALntRCckmmZ1T3JtbuHzU3dZsgD5w3mTGsPRqrAHxVmi4zQczn

De Noord-Amerikaanse stripmaker Joel Orff gaat al heel wat jaren mee. Als kind maakte hij elke maand een strip van 32 pagina’s met behulp van de overgebleven exemplaren van de plaatselijke krant. Helaas bestaan die strips niet meer, omdat hij die na zijn eerste collegejaar allemaal weggegooid heeft. Doodzonde natuurlijk, hoewel Orff zelf niet weet of hij er nu spijt van moet hebben of niet. Hij stopte gelukkig niet met het maken van strips, want in 1993 bracht hij zelf in digitale vorm het eerste deel van de driedelige reeks Sturm and Drang uit en in 2005 werd zijn wekelijkse strip Great Moments in Rock’ n ’Roll opgenomen in de Pacific Sun, het langstlopende gratis weekblad in de VS. Die strips zijn nu nog terug te vinden op zijn website.
 Daarna maakte Orff twee graphic novels, Waterwise in 2004 en Thunderhead Underground Falls in 2007, die beide in het Frans vertaald werden. Dan blijft het op stripgebied een tijdlang stil, maar daar is met het onlangs verschenen van Twice shy een eind aan gekomen. 

Twice shy begint met een kort verslag van de kennismaking tussen Bob en Wanda. Na een flinke sprong in de tijd ontvangt Bob een ansichtkaart van Wanda, met een prachtige foto van Milwaukee. Achterop leest Bob twee plompverloren mededelingen: hij heeft een dochter, Casey, én ze komt een tijdje logeren.
Beduusd gaat hij naar zijn werk bij het taxibedrijf Yellow Cab Co. Terwijl hij zijn klanten heen en weer brengt, dwalen Bobs gedachten steeds weer af naar de tijd die hij met Wanda doorbracht. Na afloop van zijn werk vraagt hij raad aan een collega die Wanda ook gekend heeft. Die stelt hem gerust: “Ze neemt je vast in de maling”.Dat overtuigt Bob en opgelucht keert hij huiswaarts, pikt onderweg boodschappen op en ziet dan op de trap voor zijn huis een meisje zitten. Wanda meende het dus wél! Het meisje blijkt zijn dochter Casey. Onwennig maken ze kennis met elkaar, maar van bijpraten komt het niet of nauwelijks, want Casey is moe en gaat vroeg naar bed. 

S63HPRR9sdI74XuDDZt5-l9QLITV3i015pHWnk13J--34ndziK7YHB4wgVqT7GC_ooj4po84lMwt8YWYLg8n-Z3HWHhUSyyf9EvjDpVQl7ApOYG5L_l5Y3vII9uWiQTRFlmFPxYQ
De volgende ochtend heeft Bob zich al vroeg uit de voeten gemaakt. Hij is naar zijn werk, vertelt hij Casey via een briefje. Casey probeert de dag door te komen door de buurt te verkennen, maar voelt zich verloren en keert al snel weer terug naar huis. Als Bob die avond thuiskomt, is ze ziek. Bob krijgt medelijden met de arme Casey, overwint daardoor zijn verlegenheid en komt in actie. Hij stopt Casey in bed, verzorgt haar en ondertussen voeren ze hun eerste echte gesprek. Over hun ervaringen met Wanda, en hoeveel Casey op haar lijkt, en hoe anders Bob is, of hij weet waarom Wanda wegging, en nog veel meer. Het is het begin van wat een hechte vriendschap wordt. Bob neemt Casey regelmatig mee naar zijn werk, ze gaan samen uit eten, lezen samen, genieten samen van de stilte én van de kleine Stinkbom, een katje dat ze uit het asiel halen. 
Maar dan gaat er ineens van alles mis, de ene tegenspoed volgt de andere op. Ze leggen zich er echter niet bij neer en vinden telkens telkens een nieuwe uitweg. Tot de laatste dreun, die wel erg hard aankomt.

Orff’s Twice shy is een teder, maar ook schrijnend verhaal over twee schijnbaar verschillende mensen: een jong, in zichzelf gekeerd meisje dat nog niet weet wat ze wil of kan, en een volwassen man die gekwetst gevlucht is in een voortkabbelend bestaan tussen zijn boeken en de tientallen notitieboekjes met half affe verhalen. De op het eerste gezicht onbeholpen tekeningen van Orff, in eenvoudig zwart-wit, zijn zeer effectief in het oproepen van emoties. Ze maken je aan het lachen als Bob en Casey aan het dollen zijn, zorgen dat je zwijgend meegeniet van de stiltes. Ze veroorzaken een brok in je keel als beiden het zwaar hebben en laten je opgelucht ademhalen als het meevalt. Het slotakkoord is mede daardoor uiteindelijk bitterzoet. Het laat je glimlachend achter.

woensdag 1 mei 2019

Game of Poems van Ellen Deckwitz, Ingmar Heytze en Thomas Möhlman

Game of PoemsGame of Poems by Ellen Deckwitz
My rating: 5 of 5 stars

In de eerste aflevering van de podcast Endgame of Thrones, waarin elke aflevering van het achtste en laatste seizoen van Game of Thrones (GoT) wordt besproken, vertelt Ellen Deckwitz dat ze, ter voorbereiding, snel alle episodes van GoT heeft bekeken. Dat blijkt een verstandige zet, althans, nadat ik besloot hetzelfde te doen werd niet alleen het bekijken van het laatste GoT-seizoen een stuk interessanter, maar ook het lezen van de ‘poems’ uit deze dichtbundel.

Ellen Deckwitz, Ingmar Heytze en Thomas Möhlman schreven gedichten bij elke, letterlijk elke aflevering van GoT uit alle voorgaande zeven seizoenen. In de eerder genoemde podcast zijn de gedichten te horen die nav seizoen acht zijn ontstaan. De drie dichters hebben niet van het begin af aan bij elke episode een gedicht gemaakt, maar zijn ergens in het vijfde seizoen op het idee gekomen. Vandaar dat er zo nu en dan gedichten zijn waar stiekempjes vooruitgeblikt wordt, zoals in het gedicht bij aflevering 2-4 Garden of Bones waarin (onder andere) Robb Stark wordt toegesproken:

[...]Vanaf je eerste dag
ligt in het bruidsbed een rekening op vereffening
te wachten. Maar dit meisje, haar mouwen rood
als de banieren in de verte, ze is al zwanger voor je
naar haar kijkt, je bent bereid alles voor lief te nemen:
woedende moeder, bruiloft vol bloed. [...]

Of, nog eerder, in het gedicht bij 1-8 The pointy End dat eindigt met een verwijzing naar het begin van seizoen 4:

Een schram moet je verzorgen, een ontsteking koesteren,
brave hond, kleine moordmachine in de maak, niet vandaag.

Het is een gedicht opgedragen aan Arya Stark, “het kleine meisje dat een groot deel van de serie een waslijst van namen loopt te mompelen - namen van mensen die ze stuk voor stuk wil vermoorden”, want de gedichten zijn geïnspireerd door de afleveringen, en niet altijd een samenvatting ervan. Zo zegt Qhorin Halfhand in 2-6 The Old Gods en the New  “Wild creatures have their own rules, their own reasons. You’ll never know them” en is dat aanleiding voor een gedicht over mensen en beesten, mensen als beesten, gekooide mensen of beesten en wordt de vraag gesteld of het altijd erg is om gekooid te zijn::

[...] Even verlangt ze terug naar de kooi,
het waren tralies ja maar ze blonken. Je kon jezelf erin zien.

Elke aflevering is niet alleen voorzien van een gedicht, maar ook van begeleidend proza dat vrijwel altijd iets over de aflevering vertelt en hoe of waarom het gedicht (zo) is ontstaan. Soms is er kritiek, zoals bij 4 -3 Breaker of chains waarin tussen neus en lippen door wordt gemeld dat “de aflevering trager verloopt dan het tempo waarin GRRM werkt aan A dream of Spring”, soms een nuttige aanwijzing, zoals bij 3 - 9 The rains of Castamere waarin iedereen die “zin heeft om een oneindige reeks verschrikte gezichten te bekijken” de tip krijgt om op YouTube te gaan zoeken naar ‘GoT Red Wedding reactions’ en soms worden er vergelijkingen gemaakt. Vergelijkingen met dichters van voorheen (Gorter, Lucebert, Nijhoff) en soms met zichzelf: “De prins van Winterfell is Theon Greyjoy, ook al zo iemand die je niet wilt zijn. Dat geldt voor verreweg de meeste personages, maar het is niet erg om toe te geven dat je bepaalde aspecten wel zou willen: [...] het goddelijke lichaam van Michiel Huisman als Daario Naharis (minstens twee van de drie makers van dit boek mokken geregeld tegen hun partner: ‘zo kan ik er ook uitzien’ - terwijl vooral de oudste van de twee wel beter weet).”
Een van de vele hoogtepunten in deze fantastische bundel is het buitengewoon ironische gedicht MOEDERS bij het onvergetelijke Battle of the Bastards (6 - 9) dat speelt met Joan Armatrading's If women ruled the world . En dat terwijl de drie dichtende volgers onmogelijk op de hoogte konden zijn van de bijeenkomst in deel 7 - 2 Stormborn waarin vrouwen op de troon zitten, en veldslagen en moordaanslagen voorbereiden. De laatste strofe is, kortom, profetisch (en controleerbaar) juist:

[...] een vrouw is een man zonder
zwaardje tussen de benen, ze vecht met eender
geweten, knietjes onder de gordel, brandschone
handen, hooguit wat beter in smoren en branden.


Zwaardje, Knietjes? Geniaal! Net als die verwijzing naar het bereiden van maaltijden aan het eind.
Of je van deze dichtbundel zult genieten zonder dat je de afleveringen vers in je geheugen hebt zitten, is maar de vraag. Laat ik eindigen met twee willekeurige gedichten, zodat iedereen zelf de proef op de som kan nemen:

LAATSTE VAN ZIJN LOOT

‘Everywhere in the world they hurt little girls’
- Cersei Lannister

We zalven de zoveelste koning, deze keer tooien we een kind
met die kroon van lood, de weduwen staan alweer klaar
om het volgende huwelijk te bekokstoven, elders

wordt een meisje voorgesteld aan haar zoveelste verloofde.
De aanstaande zegt terloops: “Werd jouw vader ook niet vermoord?
Onthoofd toch? Nou ja, de mijne hebben ze vergiftigd.’Ach kinderen,

hoe ze jullie dwingen plaats te nemen op tronen, het bed te delen,
dat is de prijs die je voor je afkomst betaalt, de luxe waarin je
opgroeide, dat je gratis leerde lezen en nu ben je verder

van huis, in de gaten van de nacht droomde je over
je broer - maar voor ontmoeten is het nog te vroeg, het verkeerde
seizoen, daarvoor ben je nog niet beschadigd genoeg.

Bovenstaand gedicht is gemaakt naar aanleiding van aflevering 4 - 5 First of his name en onderstaande is ontstaan uit 5 - 3 High Sparrow op het moment dat "de serie van misogynie naar verlicht feminisme" scharniert.

JE KUNT NIEMAND ZIJN

'We're often stuck with the names our enemies give us'
- De High Sparrow

Namen zijn slavenbanden, ze labelen je met Stark, Tarth
of Targaryen en trekken je naar het altaar. Een pion
die het tot koningin zal schoppen, je moet spelen
dat je iemand bent. Nooit zo naamloos als een kraai,
hoe zwart je je haren ook verft. Elke vrouw kan
met een schamel jawoord worden afgedankt, zie de ijswitte
strengen in het zomerblonde haar, hoe de winter ook daar
nadert. Misschien kan je de toekomst nog lezen in de vlucht
van zwaluwen. Ze vliegen laag en vertellen steeds hetzelfde
verhaal. Of je nu vloeren veegt, je met een platinablonde pruik
voor Khaleesi uitgeeft: hoe hard je ook krabt, je komt nooit
van je hoofd af. Koningin-moeder, bediende, hoefdame of hoer:
voor iedere titel zal je moeten bloeden. Je hoort ze
achter je rug om schateren. Pas als het te laat is
weet je wat het betekent om iemand te wezen.
Hoe tergend langzaam je daar kapot aan gaat.

Maar laat nu niet de conclusie zijn dat deze dichtbundel 'niet voor jou' is, als je deze gedichten niet helemaal kunt plaatsen! Concludeer dat je GoT opnieuw moet gaan bekijken, met deze dichtbundel in de hand.

View all my reviews

donderdag 31 januari 2019

Bewaren (van Hebban overgenomen)


Leesclub anders dan anders

De meeste leesclubbijeenkomsten bestaan uit een inleiding over de schrijver en zijn of haar werk en een discussie over het boek. Er zijn ook andere manieren om de discussie op gang te brengen of de bijeenkomst met andere werkvormen aan te kleden. Hieronder vind je een aantal suggesties voor als je het eens helemaal anders wilt aanpakken, bijvoorbeeld tijdens de laatste bijeenkomst van het seizoen van je leesclub.
Door Marlene Lunter

Vooraf/Opening

De deelnemers kiezen thuis een fragment uit van maximaal een halve pagina. Deze fragmenten lezen ze aan het begin van de bijeenkomst voor. Het is een fijne manier om het boek ineens ‘aanwezig’ te laten zijn. Geef deelnemers eventueel de opdracht mee een discussievraag bij hun fragment te bedenken. Of stel de toehoorders een gerichte luistervraag, bijvoorbeeld: 'Welke sfeer heeft het fragment?' Of: 'Wat valt je op aan de stijl?' Een ander idee voor de opening is elke deelnemer een punt op te laten schrijven dat zij/hij goed vindt aan het boek en een dat men minder goed vindt, inclusief korte argumentatie. Daarna begint de boekbespreking. Aan het eind lezen de deelnemers voor wat ze hebben opgeschreven. Zijn ze het nog met zichzelf eens?    

De discussie op gang brengen  

De hoge hoed

Schrijf markante woorden, zinsdelen of zinnen uit het boek op losse papiertjes. Aantal: ongeveer vijf keer het aantal deelnemers. Gooi de dubbelgevouwen papiertjes in een hoge hoed. De hoed gaat rond en elke deelnemer neemt er twee briefjes uit. Als men wil, mag men één briefje ruilen met een ander. Iedereen leest een zin voor en vertelt er iets over. Uiteraard mogen de anderen erop inhaken.  

Rollenspel

Vorm groepen van twee personen. Elke groep ‘krijgt’ een personage en bereidt vanuit dat perspectief een beschrijving van het hoofdpersonage voor. Daarna gaan de groepen met elkaar in gesprek over hoe ‘hun’ personage over het hoofdpersonage denkt.  

Plattegrond

Teken op een plattegrond schematisch de locaties waar het boek zich afspeelt. Gebruik de plattegrond als uitgangspunt om over de gebeurtenissen te discussiëren. Deze suggestie kunt u ook in combinatie met ‘De hoge hoed’ gebruiken.    

Speelse vormen  

Raad een personage

Vorm groepjes en ken elke groep een personage toe. Elk groepje noteert woorden of zinnen uit het boek die bij dat personage horen en presenteert die. De anderen raden om welk personage het gaat.  

Parcours

Noteer op losse strookjes een uitspraak van een personage. Aantal uitspraken: één tot drie keer het aantal deelnemers. Zet een genummerd parcours uit en leg bij elk punt een uitspraak. Verdeel de deelnemers in groepjes van twee en verdeel ze over de ‘stations’ van het parcours. Geef ze steeds een vastgestelde tijd om het personage te noteren dat de uitspraak heeft gedaan. Het boek raadplegen mag. Stuur daarna elke groep naar het volgende station. Is iedereen rond geweest, laat ze dan met de letters woorden of zinnen vormen die uiteraard met het boek te maken moeten hebben. In plaats van uitspraken, kun je ook vragen bedenken over het boek. Dit moeten wel vragen zijn waarover geen discussie mogelijk is.  

Stelling

Schrijf een stelling die betrekking heeft op het boek boven aan een groot vel. Deel het vel doormidden met een lijn en schrijf aan de ene kant ‘eens’ en aan de andere kant ‘oneens’. Plak het vel tegen de muur. Elke deelnemer plakt een sticker in één van de kolommen. De positie binnen de kolom is afhankelijk van hoe sterk iemand het met de stelling eens is. Laat de leden hun keuze beargumenteren.  

Dispuut of rechtspraak

Kies een stelling die met het boek te maken heeft. Vorm twee partijen en houd twee mensen apart. De ene partij bedenkt argumenten voor de stelling, de andere argumenten die er tegen pleiten. Er moet een opbouw in de argumenten zitten naar het meest overtuigende argument. Als je vooraf heb laten stemmen, kun je de deelnemers bij hun ‘eigen’ stelling indelen, maar je kunt ze ook juist bij de andere stelling zetten, zodat ze zich moeten verplaatsen in een ander idee dan dat van zichzelf. De twee overgebleven personen fungeren als ‘rechters’. Laat de partijen met elkaar in discussie gaan aan de hand van hun argumenten. De rechters wijzen na overleg de ‘winnaar’ aan.  

Quiz: Petje op petje af

Bedenk twintig tot dertig stellingen over schrijver en boek die wel of niet kloppen. De deelnemers leggen het boek weg en staan op. Jij poneert een stelling. Klopt die volgens de deelnemer, dan zet die haar/zijn petje op. Klopt de stelling niet dan houdt men het petje in de hand. Bij gebrek aan petjes: gebruik twee velletje van verschillende kleur. Degenen die een vraag fout beantwoorden, gaan zitten. Zo vallen er steeds meer deelnemers af en blijft een winnaar over.  

Ganzenbord

Bedenk vragen over schrijver en boek en regel enkele ganzenbordspellen (of gebruik afbeeldingen die op internet te vinden zijn). Over de antwoorden op de vragen mag geen discussie mogelijk zijn (zie: ‘Parcours’). Schrijf ze met het antwoord op losse kaartjes. Maak groepjes van drie tot vier personen. Elke groep gaat ganzenborden. Komt een speler op een gansje, dan leest een andere speler tijdens de volgende beurt een vraag voor. Weet de eerste speler het antwoord, dan mag zij de volgende beurt verder. Heeft zij/hij het fout, dan is de volgende aan de beurt. De speler krijgt drie keer de kans een vraag te beantwoorden. Na de derde vraag mag men altijd verder. Wie is het eerste bij het eindpunt?

Wie van de drie

Drie mensen kiezen een personage uit het boek en spreken onderling af wie ‘de echte’ is. Geef het drietal de tijd om te overleggen. Intussen bedenken de andere deelnemers, eventueel in groepjes van twee, vragen die zij aan de drie uitverkorenen stellen. Laat een aantal vragenrondes spelen. Na de laatste ronde, eventueel na elke ronde, bepalen de spelers wie ‘de echte’ is. Laat ze dit ook kort beargumenteren.  

Wie /wat ben ik?

Drie deelnemers nemen voor de groep plaats. Zij krijgen een bordje voor zich met een personage, een voorwerp of een begrip uit het boek, dat ze zelf niet kunnen lezen. Om de beurt stellen deze mensen ja-neevragen aan de groep om te achterhalen wie of wat ze zijn.  

Personage in gedachten

Vorm groepjes van twee. Eén van beiden neemt een personage in gedachten. De ander stelt ja-neevragen om erachter te komen wie het personage is. Is het personage geraden, dan wisselen de rollen. Het spel kan ook met de hele groep worden gespeeld.    

Afsluiting: aanbeveling

Nodig de deelnemers uit een korte aanbeveling voor andere lezers te schrijven over het boek en laat enkele aanbevelingen voorlezen. Zie ook onder het kopje ‘Vooraf/Opening’.      

Boekenpost. Voor serieuze boekenliefhebbers

Het magazine Boekenpost brengt elke twee maanden verrassende en sterke artikelen over de wereld van de literatuur: recente uitgaven of verborgen parels van weleer, terecht bejubeld of onterecht in de vergetelheid geraakt. Highlights uit de nieuwste Boekenpost: Marente de Moors Foon geanalyseerd, Marita Coppes debuteerde met De laatste verhalenweefster, Sander Verheijen leest de klassieker Advocaat van de duivel en nog een hoop andere artikelen om met uw leesclub te delen.

maandag 26 november 2018

Heimat van Nora Krug

Heimat: Terug naar het land van herkomstHeimat: Terug naar het land van herkomst by Nora Krug
My rating: 5 of 5 stars

Nora Krug, geboren in Karlsruhe in 1977, woont en werkt in New York, nadat ze eerder al haar geboorteland verliet om in Liverpool te studeren aan het  Paul McCartney's Liverpool Institute for Performing Arts. Ze was 19 toen ze naar Liverpool vertrok en besefte al vrij snel dat ze daar, maar ook later in New York, meer en vaker dan ooit geconfronteerd zou worden met het nazi-verleden van haar geboorteland. In een interview in The Guardian vertelt ze: "Zodra je iemand antwoordt die je vraagt, waar je vandaan komt, is de associatie met de nazi-periode er. Je wordt er constant mee geconfronteerd".



Om eraan toe te voegen: "Ik ben naar feestjes in New York geweest waar volkomen vreemden me vertelden dat Duitsland een land was dat ze nooit zouden kunnen bezoeken. Ik schaamde me, maar soms zou het een punt bereiken waarop ik me boos zou voelen - altijd innerlijk, natuurlijk, niet uiterlijk - over het gebrek aan erkenning dat Duitsland is veranderd". Die voortdurende confrontatie met het verleden, en het mede daardoor veroorzaakte vage schuldgevoel zorgt ervoor dat Krug op zoek gaat naar de rol die haar familie speelde in de tijd voor en tijdens de tweede wereldoorlog, want ze besefte:



Natuurlijk heeft Krug getwijfeld. Had ze wel het recht – als na-oorlogs kind – om een boek te schrijven over de rol van haar familie tijdens de Tweede Wereldoorlog? Er was al zoveel indrukwekkends verteld, wat zou zij daar nog aan toe kunnen voegen? Er waren tenslotte, voor zover ze wist, geen oorlogsmisdadigers, slachtoffers of verzetsstrijders in haar familie. Slechts “Mitläufer”, mensen die noch schuldig noch onschuldig zijn. Hoe interessant is dat? Ze besluit om een ander doel na te streven, niet op zoek te gaan naar de schuldvraag, maar simpelweg het leven van de generatie van haar grootouders zo nauwkeurig mogelijk te reconstrueren om op die manier de beslissingen van haar voorouders te verkennen en te begrijpen.

Ze richt zich tijdens haar speurtocht vooral op de oudere broer van haar vader, Franz-Karl, en op Willi Rock, de vader van haar moeder. Het graf van Franz-Karl heeft zij als kleine meisje, op vakantie in Italië, ooit samen met haar vader bezocht. Haar oom, lid van de SS, is kort voor het einde van de oorlog daar, in Italië, omgekomen. Krug's vader, geboren in 1946, kreeg de ongelukkige eer dezelfde naam te dragen als broer. Hoe triest die keuze, maar vooral de jeugd van haar vader is geweest, wordt de – auteur naarmate het onderzoek vordert – uitermate pijnlijk duidelijk.Willi Rock, haar opa van moeders kant, stierf toen Nora elf was. Zij heeft nog vage herinneringen aan hem, weet dat hij een rij-instructeur in Karlsruhe is geweest, dat hij een spin in de garage gedood heeft,  en ze herinnert zich zijn hoed op de kapstok in de gang. Daar houdt het echter mee op. Ze weet van de andere opa en haar oma's ook weinig, want Willi is de laatste grootouder die overlijdt; de andere drie zijn dan al overleden.



En dus gaat Krug met de overige familieleden praten, heel voorzichtig soms, omdat lang niet iedereen van haar familie dat wil of kan. Ze spreekt daarnaast met diverse andere betrokkenen, zoals buren en historici, onderzoekt stoffige zolders in huizen waar nog ooms of tantes wonen, doorzoekt dozen met beschimmelde brieven en schriftjes, duikt in stadsarchieven, bladert en vindt raadsels of bewijzen in oude telefoonboeken, struint rond en koopt van alles op vlooienmarkten en documenteert zo langzaam maar zeker de – soms pijnlijk trieste – geschiedenis van haar familie.

Het resultaat is een schitterend geïllustreerd dagboek, een plakboek vol memorabilia, gedachten, geschilderde foto's, illustraties, korte verhalen in stripstijl, oude foto's en historische documenten, dat in 15 hoofdstukken zeer zorgvuldig verlies, verdriet en twijfel op onvergetelijke, verrassende en ontroerende wijze vastlegt.

Gelezen en gerecenseerd voor Hebban.nl

View all my reviews

woensdag 14 november 2018

Blokken van Ferdinand Bordewijk en Victor Hachmang

BlokkenBlokken by Ferdinand Bordewijk, Victor Hachmang
My rating: 5 of 5 stars

Het ligt vierkant hoog en hoekig // gekanteld in het tegenlicht schrijft Jules Deelder over Rotterdam in zijn gedicht Rotown Magic. Dezelfde woorden kun je gebruiken om Blokken van Ferdinand Bordewijk en de tekeningen, die illustrator en striptekenaar Victor Hachmang daarbij maakte, te beschrijven. Hachmang heeft geen letter veranderd aan de tekst van Blokken, en - zo vertelt hij in een gesprek bij Nooit meer slapen - daar heeft hij geen seconde aan gedacht omdat het niet alleen het verhaal van Blokken is dat hem intrigeert, maar vooral de wijze waarop het verteld wordt. Het hoekige, harde, zakelijke van de tekst samen met het ontbreken van hoofdpersonen geeft lezers nergens 'emotionele' houvast en dat is precies wat hem zo boeit.
De Raad was wet, was daad, was vonnis. De drie functies van de Staat, wetgeving, uitvoering, rechtspraak de aloude functies die ook voor hem golden waren ondergebracht in een orgaan, de Raad. Maar dit orgaan bestond zelfs niet als zodanig, het bestond als Norm, als Handeling, als Beslissing.
Als er al sprake is van een hoofdpersoon, dan is dat de Staat en met zo'n abstracte hoofdpersoon is het nu eenmaal moeilijk meeleven. Dat is echter geenszins een nadeel, want de kale, krachtige schoonheid van de taal en het resolute gebrek aan een moreel oordeel over de totalitaire staat zorgen ervoor dat deze Nederlandse sciencefictionroman uit 1931 (!) fier en ongrijpbaar overeind blijft tussen al het buitenlandse en hedendaagse geweld.



Op knappe wijze weet Hachmang door kleurgebruik, stijl, lettering en enorme variatie in framegebruik, variërend van 10 frames op één pagina tot één frame op twee pagina's, feilloos de tekst van Bordewijk op precies de juiste wijze te benadrukken. Alsof ze altijd samen in één band hebben geleefd, zo vanzelfsprekend spelen tekst en afbeeldingen op elkaar in en versterken ze elkaar.

In het eerder genoemde interview biecht Hachmang op dat hij zich in eerste instantie had voorgenomen alle tekeningen te maken met het 'potlood in de ene hand en de liniaal' in de andere, maar dat viel hem na verloop van tijd zo zwaar dat hij is gaan 'rebelleren'. Net zoals de inwoners van de Staat, net zoals de natuur in de Staat. Alles lijkt strak, rechthoekig, maar overal is wel ergens een tegendraads gebogen lijntje of een cirkel te vinden. Zelfs in de uiterst rechtlijnige Raad.



Gelukkig heeft de uitgever, Nijgh & Van Ditmar, ervoor gezorgd dat deze schitterende uitgave van Blokken omarmd wordt door een prachtige, exact bij het boek passende, sobere omslag. Het boek voelt prettig, het ziet er oogverblindend uit en ruikt ook nog eens zalig naar inkt.
De uitdrukking 'sieraad' voor je boekenkast zou volkomen op zijn plaats zijn, ware het niet dat de sleetsheid van dat cliché dit boek beledigt. Bovendien mag het niet worden verstopt in een boekenkast waar alleen de - op zich fraaie - rug nog maar te zien is; deze Blokken hoort in volle glorie gevoeld, geroken, bekeken en gelezen te worden. Letter voor letter, zin voor zin, afbeelding voor afbeelding, pagina voor pagina, keer op keer op keer.

Gelezen en gerecenseerd voor Hebban.nl

View all my reviews

zondag 7 oktober 2018

Liefde en duisternis van Ed Franck, Anne Westerduin

Liefde en duisternisLiefde en duisternis by Ed Franck
My rating: 4 of 5 stars

Liefde en duisternis brengt zes verhalen uit verschillende culturen samen in één band. Het bevat delen van het Gilgamesj-epos uit de oude Sumerische beschaving, de Aeneis van Vergilius uit de Romeinse oudheid, de Keltisch-Ierse Ulstercyclus, de IJslandse Edda, en de Arturcyclus uit de middeleeuwen en het Finse Kalevala uit de negentiende eeuw. Ieder deel wordt voorafgegaan door een uitstekende, korte inleiding over het desbetreffende epos en is schitterend geïllustreerd door Anne Westerduin, zoals de afbeelding van de eerste pagina van het Gilgamesj-epos hieronder laat zien.




Het Gilgamosj-epos en Sigurd en Brynhild, uit de Edda, worden door Ed Franck opgediend door middel van lekkere (voor)leesbare, ritmische prozagedichten. Aeneas en Dido – het vierde boek van de Aeneis, Deirdre van de Smarten – uit de Ulstercyclus, Perceval – uit de Arturcyclus en Väinämöinen – uit de Kaleva zijn door Franck als prozaverhalen opgenomen. Het is jammer dat Franck zich niet bij alle verhalen tot prozagedichten heeft 'beperkt', want de beide prozagedichten zijn sprankelender en levendiger van taal dan de andere vier, terwijl dat niets te maken heeft met de inhoud, want liefde, vriendschap, moord en doodslag zijn de hoofdingrediënten van alle verhalen.
Met donderende stem riep de onbekende:
'Wie dit zwaard Gram uit de stam kan trekken,
krijgt het van mij ten geschenke.
Het zal hem onoverwinnelijk maken.'
Met rechte rug liep hij daarna de zaal uit.
In de stilte begon – eerbiedig en onthutst –
de naam 'Odin' fluisterend te zweven.
Odin de Alvader, stamvader der Völsungen,
onvoorspelbare beschikker over leven en dood.
Vergelijk bovenstaande,  strakke, ritmische tekst vol a-klanken uit Sigurd en Brynhild maar eens met onderstaande tekst uit Perceval en het verschil is duidelijk.
'Plotseling hoorde hij doffe klopjes en hij herkende het geluid van paardenhoeven. Tegelijk hoorde hij onbekende knarsende en tinkelende geluiden. Aarzelend woog hij zijn werpspies in zijn hand. Toen de ruiter om de bocht kwam, bleef Perceval als aan de grond genageld staan: dit was het vreemdste wezen dat hij ooit had gezien. Hij had geen gezicht, maar een glanzende bol waaruit kleurrijke veren groeiden. Zijn lichaam was bekleed met blinkende ringetjes, aan zijn zijde hing een reusachtig mes, op zijn rug danste een grote plaat en in zijn hand wiegde een speer als een jonge boom. Alles aan hem was wit geschilderd. Als een onwrikbare zuil zat hij op een sneeuwwit paard en voor Perceval was hij het heerlijkste, glanzendste wezen op aarde.'
Perceval begint als een spannend kinderboek, met woorden en vertelwijze geschikt voor kinderen van een jaar of tien, maar verwordt naarmate Perceval ouder wordt steeds vaker tot een ridderroman vol clichés, zoals het moment dat Perceval de Verleidelijke Jonkvrouw 'ontmoet': 'Haar mond was rood als rijpe papavers en haar ogen en haren donker als de nacht. Bedrijvig gespten haar vingers zijn harnas los en tersluiks gleden ze lokkend over zijn lichaam.' Waar de kwaliteit van de tekst, en de wijze waarop de sagen verteld worden nogal varieert in stijl en kwaliteit, is dat absoluut niet het geval met de, stuk voor stuk, schitterende illustraties van Anne Westerduin.



Westerduins vader was kunstglazenier en maakte onder andere gebrandschilderde ramen. Of het de bedoeling is geweest van Westerduin of niet, maar het zal niemand enige moeite kosten om veel van de afbeeldingen in het boek als een gebrandschilderd raam te zien dat uitzicht biedt op een wereld van lang geleden. Het zou te makkelijk zijn om te zeggen dat alleen al die beelden Liefde en duisternis het lezen waard maken, want dat zou Ed Franck én de keuze voor de teksten tekort doen. Ja, er is hier en daar wat op de tekst aan te merken, maar dat neemt niet weg dat dit een geslaagde kennismaking met zes oerverhalen uit de wereldliteratuur is. Zes epen voor iedereen, létterlijk iedereen die van lezen houdt.

Gelezen en gerecenseerd voor Hebban.nl

View all my reviews

zondag 23 september 2018

21 Lessons for the 21st Century van Yuval Noah Harari

21 Lessons for the 21st Century21 Lessons for the 21st Century by Yuval Noah Harari
My rating: 3 of 5 stars

Vergeleken met Sapiens: A Brief History of Humankind was Homo Deus: A Brief History of Tomorrow al een stuk minder interessant en 21 Lessons for the 21st Century is daarbij vergeleken helaas nog minder interessant. Onderwerpen deugen, maar zijn veelal al in (zijn) andere boeken langs gekomen en toen beter uitgelegd of verteld.

De onderwerpen worden allemaal wel 'lekker' geserveerd, zodat 21 Lessons for the 21st Century - ondanks de weinig verrassende inhoud - (toch) nergens verveelt. Als smeuïg luistervoer een aanbeveling, maar het lost de belofte van de titel zelden in. Voor wie Harari's eerdere boeken heeft gelezen en/of - al is het maar een beetje - op de hoogte is van wat er zich zoal op politiek, cultuur en wetenschappelijk gebied afspeelt, sla dit boek met lessen over en wacht totdat de glitter van de roem is opgelost en Harari zich weer ontdaan heeft van zijn status als alleswetende guru. Wellicht dat hij dan weer een fijn en interessant boek schrijft.

Geluisterd naar de Audible versie, voorgelezen door Derek Perkins

View all my reviews