dinsdag 20 januari 2015

Binnenkort in dit theater van Ester Naomi Perqu

Binnenkort in dit theaterBinnenkort in dit theater by Ester Naomi Perquin
My rating: 4 of 5 stars

'Wij zijn een kasloos kantoor,' zei ze.
Ik vond dat echt een zin om over na te denken. En om zelf ook een keer te gebruiken. 'U bent een kasloos kantoor,' zei ik dus. Kitty knikte. Inderdaad. Ze keek naar mijn plastic zak alsof ze vermoedde dat er vuil ondergoed in zat. 'Maar,' zei ik, 'mag ik u misschien vragen wat u dan zoal doet, qua bankzaken?' Kitty streek over haar gladde haar en zuchtte diep. 'Wij doen de dienstverlening,' zei ze.


Ester Naomi Perquin is direct overtuigd, want het maakt alles wel zo overzichtelijk als de taken zo duidelijk worden uitgesplitst:

Boekloze boekhandels. Partnerloze echtparen. Zandloze stranden. Broodloze bakkers. Nee mevrouw, hier doen we alleen de klantgesprekken, voor het brood moet u in de andere vestiging zijn.

Perquin kijkt rond, overdenkt en schrijft wat ze ziet, hoort of meemaakt op in korte verhalen van niet meer dan anderhalve bladzijde. Meer pagina's heeft ze niet nodig om het absurde, het ontroerende, het boze, het verdrietige en het lachwekkende uit het leven van alledag te beschrijven. In tegenstelling tot een bekend voetbalfilosoof die meldde dat "je het pas gaat zien als je het doorhebt" ziet Perquin het vóórdat ze het doorheeft. Ze ziet het omdat het haar verwondert.

Iedereen die haar gedichten of korte voorleesverhalen (zoals in het radioprogramma De Avonden) kent, weet al dat Perquin over het vermogen beschikt om het kleinste en banaalste bijzonder te maken en dat ze gezegend is met een geweldig taalgevoel. Binnenkort in dit theater benadrukt beide talenten nog maar eens; het boek bevat uitsluitend verhalen over doodgewone, dagelijks voorkomende gebeurtenissen maar dan bekeken door iemand die oplet en over een ongebreidelde fantasie beschikt.
Zo vertelt ze over de plotselinge sneuheid van een zomeravond in een grote tuin vol met fijne mensen, muziek, gegrilde aubergines, biologisch vlees en frambozenbalsamico, en over een hardgekookt ei, in stukken, midden op straat, en over het gescheiden stel dat door een fout in het 'rooster' ineens samen hun kind staat op te wachten, verbeten en vol boosheid naar elkaar, en over hoe ze een Indiase meneer in de trein moet uitleggen dat er wel toiletten zijn, maar dat ze niet doorspoelen omdat het reservoir leeg is en dat de conducteur net heeft gevraagd of iedereen die 'een grote boodschap' moet doen en kan wachten daartoe vriendelijk wordt verzocht'.
Sommige verhalen zijn treurig, sommige ontroerend, vaker zijn ze grappig en een enkele keer hilarisch, maar welke emotie ze ook aanboren, het resultaat van Perquins verwondering is altijd een genot om te lezen.

De verhalen in Binnenkort in dit theater zijn eerder allemaal al verschenen als column in De Groene Amsterdammer.

View all my reviews

maandag 19 januari 2015

In Einsteins achtertuin van Amanda Gefter

In Einsteins achtertuinIn Einsteins achtertuin by Amanda Gefter
My rating: 5 of 5 stars

Tijdens een gesprek met Fotini Markopoulou, een theoretisch natuurkundige waarvan - o, schande! - de Nederlandse Wikipedia nog nooit gehoord heeft, moet Amanda Gefter aan de volgende regel uit een gedicht van Jorge Luis Borges denken:

"Voorzijde zonder keerzijde, munt met één kant, de kant van dingen".

Deze regel schiet haar te binnen op het moment dat Markopoulou uitlegt dat zij van plan is om "het probleem van de kwantumkosmologie aan de orde te stellen zonder in de val van die vervloekte vergelijking te trappen, en met Smolins uitspraak in gedachten dat het eerste principe van de kosmologie 'Er is niets buiten het universum om' moet zijn."

Die Borgeaanse munt met één kant, hoe moeilijk voorstelbaar dat ook is, verbeeldt exact wat het eerste principe van Smolin inhoudt en maakt verdere uitleg overbodig. Wat de Schrödingervergelijking precies zegt of bewijst is voor iemand die, net als ik, wis- en natuurkunde met de snelheid van het licht heeft laten vallen op de middelbare school, absoluut onbegrijpelijk totdat het wereldberoemde gedachtenexperiment met die levenddode kat in een kist langskomt.

Gefter bespreekt geen formules, berekeningen of vergelijkingen, en krijgt het desondanks voor elkaar om kristalhelder duidelijk te maken wat Markopoulou bedoelt en wil bereiken. Dat lukt haar niet alleen met Markopoulou, maar ze legt de ideeën van John Wheeler, Richard Feynman, Henri Poincaré, Raphael Bousso, Stephen Hawking, Edward Witten, Leonard Susskind, Steven Weinberg, Carlo Rovelli, en vele, vele andere natuurkundigen net zo elegant en ondubbelzinnig helder uit. Slechts voor Einstein maakt ze een uitzondering; dan staat daar in volle glorie E=mc2. Maar die formule mag, want wat daar staat weet iedereen: iets met massa en energie en dat dat hetzelfde moet blijven...

Het formule-arme en waarschijnlijk mede daardoor (ook) voor alfa’s uitermate begrijpelijke en plezierig te lezen In Einsteins achtertuin begint met het hoofdstuk Het ultiemewerkelijkheidsfeestje partycrashen waarin Gefter vertelt hoe zij, samen met haar vader, John Wheelers Science and ultimate reality-feestje binnenglipt als gevolg van haar vaders voorstel om op zoek te gaan naar het "niets", of - anders gezegd - de ultieme werkelijkheid. En naar hoe "iets" uit "niets" kon ontstaan.
Geïnspireerd door alles wat ze op dit feestje horen, maken ze een lijst van "dingen" waarvan ze vermoeden dat die in aanmerking komen voor de titel "ultiem werkelijk"; alle "dingen" die altijd hetzelfde zijn, nooit veranderen, oftewel invariant zijn. Wie of wat er, wanneer, waarvandaan ook naar kijkt, "ze" zijn overal en altijd hetzelfde.

Wat volgt is het verslag van een jarenlange zoektocht die niet alleen Gefters leven vormgeeft, maar haar tevens de gelegenheid geeft om haar eigen 'schrijversstem' te vinden, met als resultaat dit belachelijk spannende en onbegrijpelijk leesbare boek over ideeën die in de loop der tijd geleefd hebben en leven in ... de theoretische natuurkunde! In Einsteins achtertuin leest bij tijd en wijle bijna als een thriller waarin dan wel geen menselijke slachtoffers vallen, maar waarin een kwamtumrat wel zijn staart kwijtraakt, er een bende ultieme werkelijkheidsdingen het onderzoek niet overleven en – waarschijnlijk - een olifant in een zwart gat verdwijnt.

Natuurkunde zoals Gefter het vertelt, is levend, begrijpelijk en spannend. Wat een avonturen zijn daar te beleven, en wat een fantastische puzzels om op te lossen! Met terugwerkende kracht verwijt ik de docenten op mijn middelbare school dat ze me niet op dezelfde manier hebben laten zien en ervaren hoe raadselachtig en vooral uitdagend natuurkunde is.

Dankzij Amanda Gefter, én vertalers Ingrid Ottevanger en Wim Scherpenisse die voor een geweldige vertaling hebben gezorgd, is het mij vergund om dan misschien wel geen natuurkundige te worden, maar ga ik wel Gödel, Escher, Bach: een eeuwige gouden band uit de boekenkast halen, om het stof eraf te blazen en open te slaan, omdat ik nu eindelijk het lef heb om dat boek te lezen.

Gerecenseerd voor Hebban Mens & Wetenschap

View all my reviews

dinsdag 13 januari 2015

Red de mens (met boeken)

De rockster van nu schrijft intellectuele boeken. De Franse econoom Thomas Piketty en de Canadese milieuactiviste Naomi Klein reizen als supersterren de wereld rond om hun ideeën te verkondigen.

Hoe krijg je een idee in onze verzadigde cultuur?
Een uitweg uit de crisis door radicale veranderingen? Er verschijnen nieuwe sterren aan het pop firmament. Maar ze zingen niet, ze acteren niet, nee, ze schrijven boeken, intellectuele boeken. Over vermogensongelijkheid en de klimaatsverandering.

Zondag 18 januari, NPO2 om 21:05

Deze intellectuele sterren veroveren de wereld met overtuigende ideeën, die miljoenen mensen aanspreken.

Lees verder op de pagina van Tegenlicht: Red de mens

maandag 12 januari 2015

Een rustig quantumweekend In Einsteins achtertuin

Moe van allerlei nare gebeurtenissen en moe van internet, besloot ik me dit weekend terug te trekken uit deze wereld en met Amanda Gefter - en haar vader - op zoek te gaan naar de werkelijke wereld en, zo die bestaat, te ontdekken waar die vandaan komt, in de hoop dat het daar allemaal wat aardiger zou zijn.

Die hoop werd ingelost: het is 'daar' aardiger, en op een goede en leuke manier spannend. En mooi! Want zeg nu zelf, dit is toch mooi?


Dit zwarte gat kan iedereen zien, in werking zien en iedereen kan zelfs de afdaling naar de singulariteit meemaken. Het is namelijk te zien in de film Interstellar, waaraan de theoretisch-fysicus Kip Thorne heeft meegewerkt. Die film heb ik anderhalve week geleden gezien (spectaculair, aanrader!), omdat ik van allerlei kanten had gehoord en begrepen dat het niet alleen een goede, spannende film was, maar dat vrijwel alles wat er gebeurt wetenschappelijk onderbouwd is. Zo is bovenstaand plaatje niet zomaar een fantasietje van een zwart gat (hoewel...), maar

[...] the most accurate simulation ever of what a black hole would look like. It's the product of a year of work by 30 people and thousands of computers.

Al dat werk is verricht op basis van de wiskunde van Kip Thorne, waarover in How Building a Black Hole wordt gezegd:

Thorne sees truth. Nolan, the consummate image maker, sees beauty. Black holes, even fictional ones, can warp perception.

Dat de samenwerking tussen kunst en wetenschap regelmatig waardevol is, blijkt ook in dit geval zoals o.a. in Zwarte gaten en wormgaten te lezen is:

De simulatie was bovendien zo nauwkeurig dat Thorne op iets onverwachts stuitte. ‘We ontdekten een vreemd, prachtig, complex lichtpatroon in onze simulatie’, zegt hij. ‘Daarin zien we verschillende keren patronen van de achterliggende sterren en de achterliggende hemel.’ Maandenlang dachten Thorne en de special effects bouwers dat er een fout in hun software zat. ‘Maar we bleven er maar op uit komen, we konden dit effect niet weg krijgen’, zegt Thorne. Op een gegeven moment realiseerde hij zich dat het een gevolg was van de speciale relativiteitstheorie die zorgde voor vreemde tijdseffecten rond het zwarte gat. Maar, voegt hij eraan toe: dat is nog maar een vermoeden. ‘Dit is een mysterie dat nog opgelost moet worden.’

Thorne verwacht daar echter wel een wetenschappelijke publicatie aan te kunnen wijden. Samen met een andere publicatie over hoe de simulatie wiskundig in elkaar steekt, kan Thorne dankzij zijn werk aan Interestellar tweemaal een artikel indienen bij een vakblad – een overwachte bonus bij een project voor een Hollywoodproductie.

Ik heb niet alleen naar Interstellar gekeken, maar de afgelopen weken heb ik ook gekeken en geluisterd naar bijvoorbeeld het fantastische college over Het allerkleinste van Robbert Dijkgraaf, het al wat oudere (uit 2009) De wondere wereld van kwantummechanica van Leo Kouwenhoven, The elegant universe (I, II en III) waarin Brian Green e.e.a. vertelt over snaartheorie.



Tussen al die colleges en filmpjes en podcasts door, heb ik natuurlijk ook nog uren en uren gelezen in Amanda Gefters rete-interessante, vaak grappige en (ver)duidelijke(nde) boek. Van kwamtumratten die boeken op de grond gooien (Interstellar!!) tot een studente natuurkunde die uitlegt dat ...



Nee, ze maakte geen grapje....

Het was een aangenaam weekend. Jammer dat het voorbij is, maar gelukkig heb ik nog wat bladzijden en filmpjes te gaan, want zeg nu zelf.. een lezing met als titel Science of Fiction moet toch worden afgeluisterd en bekeken?

zondag 4 januari 2015

Munch van Steffen Kverneland

MunchMunch by Steffen Kverneland
My rating: 5 of 5 stars

Steffen Kverneland, de auteur, werkt graag en veel samen met Lars Fiske. Hun bekendste project is Kanon, een serie stripboeken over kunst uit de 19e eeuw, waar Munch onderdeel van is. Kverneland is een autodidact en staat vooral bekend om zijn karikaturen en de serie Amputerte Klassikere (verstripte literatuur).

Op 18 december 2005 ontmoeten Steffen Kverneland en Lars Fiske elkaar in het Munchmuseum in Oslo. Zij drinken wat, ze pakten elkaar in de arm en slenterden van de ene naar de andere zaal, hun hoofden tegen elkaar geleund , druk pratend en gesticulerend. Kverneland: Helemaal gestoord, Man! Wat haalde hij helemaal in zijn hoofd? waarop Fiske antwoordt: Waarschijnlijk helemaal ladderzat van de port. Complete LSD-trip.

De heren zijn overduidelijk kunstkenners, zoals ook blijkt uit de wijze waarop ze het net ontdekte schilderij (drie mannen en een naakt) bespreken:

Kverneland: Jezus! Da's pas radicaal. Hardcore symbolisme. Typisch 1840!
Fiske: Psychedelisch new-age-zielenschilderij, Die aan de linkerkant moet een zelfportret zijn met rood haar en baard.
Kverneland: Of een aura? Die kikkerkop aan de rechterkant is vast Gunnar Heiberg. 
Fiske: Maar wie is dat in het midden? Een broodmagere en zonverbrande Christan Krohg met groene baard?

/>

Als ze het bezoek met een sigaret en nog wat drank afsluiten komen ze tot de conclusie dat het hoog tijd is voor een stripbiografie over Munch. Een biografie die moet bestaan uit een collage van 'zuivere' citaten, zodat Munch zelf ongecensureerd aan het woord komt. En dat is dan ook precies wat er - inmiddels acht jaar later - verschijnt: een strip waarin uitsluitend citaten van Munch zelf of bewezen feiten zijn opgenomen, die de lezer zelf kan verifiëren aan de hand van de uitgebreide bronnenlijst achterin het boek.

Maar dat is bij lange na niet het interessantste of indrukwekkendste aan Munch. De afwisselende en vaak verpletterend mooie tekeningen van Kverneland maken de meeste en meest blijvende indruk. Afhankelijk van de plaats en het tijdstip tekent hij in andere stijl; hij varieert van zwart-witte cartoons tot foto-realistische tekeningen en alles wat daar tussenin zit. Absoluut hoogtepunt is de kubistische wijze waarop hij diverse kunstenaars - die samen met Munch aan het eind van de negentiende en begin van de twintigste eeuw in Parijs en Berlijn waren - en gebeurtenissen in die periode heeft weergegeven.



 Bijna net zo indrukwekkend is de wijze waarop Kverneland het ontstaan van de, zeer biografische, schilderijen van Munch in het verhaal verweeft. Ze ontstaan bijna opnieuw onder je ogen.



Munch is niet slechts een verstripte biografie van een schilder, of van de wijze waarop het werk van een schilder tot stand is gekomen, maar ook van een hele generatie van Zweedse kunstenaars, waarbij met name de periode rondom de vorige eeuwwisseling ongelooflijk boeiend is en blijft. Gelukkig heeft de uitgever ervoor gekozen om deze 'strip' in prachtige hardcover uit te brengen, op mooi stevig papier, want dat verdienen Munch, zijn leven, zijn schilderijen en nu ook zijn stripbiografie.

Gerecenseerd voor Dizzie.nl

View all my reviews

zondag 28 december 2014

De huisgenoten van Sarah Waters

Het is 1922 en dus een paar jaar na de eerste wereldoorlog waarin de twee broers van Frances Wray zijn omgekomen.  Haar vader is in diezelfde periode overleden, maar waar Frances liefdevol de herinneringen aan haar broers koestert, ergert ze zich bijna dagelijks aan hetgeen haar vader haar en haar moeder heeft nagelaten: "De meubels waren allemaal van donker hout en moesten eveneens geregeld worden afgenomen. Haar vader had een passie gehad voor 'het Engeland van weleer', een stijl die in het geheel niet strookte met de zwierige uitstraling van het vroegnegentiende-eeuwse pand: in elk hoekje stond wel een logge stoel of kist. 'Vaders verzameling' werden de stukken genoemd toen haar vader nog leefde."
Het is aan Frances om het grote huis inclusief 'vaders verzameling', schoon te houden omdat haar moeder te oud is, en er geen geld meer is voor dienstmeisjes of andere bedienden. 'Vaders verzameling' bleek nep en waardeloos en dus moeten Frances en haar moeder een aantal kamers van hun prachtige, grote woning in Camberwell verhuren. Of het huis verkopen. Ze hebben voor het eerste gekozen.

Lilian en Len Barber zijn de aanstaande huurders, hoewel Frances en haar moeder bij voorkeur de term huisgenoten gebruiken als ze met buren en vrienden over de nieuwe bewoners spreken. Len verkoopt verzekeringen en Lilian is de dochter van een winkelier. De huisgenoten arriveren op de eerste bladzijde en Frances ziet ze, staand voor het raam, aankomen: "Er kwam een bestelauto aanrijden. Dat waren ze toch niet? Ze had een kar verwacht, misschien zelfs dat de twee te voet zouden komen. Maar inderdaad, de auto kwam met afgrijselijk piepende remmen naast het trottoir tot stilstand en ze zag de drie inzittenden voorovergebogen naar haar opkijken, mevrouw Barber tussen haar man en de chauffeur in."
Het is in het begin voor iedereen wat ongemakkelijk, maar langzamerhand wennen Frances en haar moeder een beetje aan de nieuwe bewoners die overduidelijk uit een ander deel van de samenleving komen. Vooral de familie van Lilian is kleurrijk, luidruchtig, maar zeer hartelijk, zoals Frances ondervindt wanneer ze hun zus en dochter komen opzoeken in dat mooie huis. Kort daarna ontdekt Frances dat het huwelijk van Lilian en Len niet zo geweldig is als het op het eerste gezicht lijkt en dat ook de wederzijdse families elkaar niet erg op prijs stellen. Het is niet verbazingwekkend voor wie al eerder boeken van Sarah Waters heeft gelezen, dat zij ervoor zorgt dat Lilian en Frances elkaar opzoeken. Dat heeft verstrekkende gevolgen. Niet alleen voor Frances, haar moeder en de Barbers, maar ook voor de rest van de familieleden, vrienden én de buren.

De huisgenoten begint als een lichtvoetige sociale roman, waarin Waters heel secuur en gedetailleerd laat zien wat er in de jaren vlak na de eerste wereldoorlog gebeurde in Engeland, Ze laat bijvoorbeeld zien hoe mensen uit voorheen strikt gescheiden klassen ineens met elkaar te maken krijgen en hoe rollen tussen mannen en vrouwen veranderd zijn en veranderen. Daarna wordt het een liefdesverhaal, waarbij de ene geliefde getrouwd is en dus overspel pleegt en de ander moet trachten de verhouding voor haar steeds wantrouwiger moeder verborgen te houden. Uiteindelijk komt iedereen in de Old Bailey terecht en resulteert het verhaal in een intrigerend rechtbank'drama'. 

Daarmee is de kracht, maar ook de zwakte van de roman verteld: een prima, soms ‘tongue-in-cheek’ geschreven begin, wordt opgevolgd door een voorspelbaar, drakerig dramatisch middendeel, dat uitnodigt tot ‘wegleggen’. Gelukkig wordt de doorzetter door Waters beloond met een sterk derde deel waarin politie en justitie aan de slag moeten om de dader van het misdrijf te vinden en te berechten. Daar vindt Waters namelijk na enige tijd weer die licht spottende toon terug waarmee ze de wijze waarop de rechtspraak zo’n honderd jaar geleden plaatsvond prachtig neerzet. Helaas is het daarmee 'geen eind goed, al goed' omdat de drakerigheid van het middendeel daarvoor teveel kwaad heeft aangericht.


zaterdag 6 december 2014

De glazen kooi van Nicholas Carr

"De veranderingen die de luchtvaart in de afgelopen decennia heeft doorgemaakt - de verschuiving van mechanische naar digitale systemen, de steeds verder gaande invoering van software en schermen, de automatisering van geestelijk en fysiek werk, de vervaging van wat het precies inhoudt om piloot te zijn - geeft een goed beeld van wat het precies inhoudt om piloot te zijn."


In 1980, toen Airplane! uitkwam, werd de automatische piloot ingeschakeld op het moment dat de piloten niet meer in staat waren om het vliegtuig te besturen. Tegenwoordig worden vliegtuigen voornamelijk 'bestuurd' door de automatische piloot en is de menselijke piloot slechts aanwezig om de meters en lampjes in de gaten te houden. En in te grijpen als door een onvoorziene samenloop van omstandigheden, de automatische piloot er niet uitkomt. Piloten, zeker in de burgerluchtvaart, zijn computerpersoneel geworden en dat is een probleem. Stel je voor dat je in plaats van je auto zelf te besturen, vrijwel altijd gebruik maakt van de ingebouwde automatische bestuurder en je moet - om wat voor redenen dan ook - plotseling zelf de auto bedienen, heb je dan genoeg ervaring opgedaan en/of je rijvaardigheid goed genoeg onderhouden om dan, in die situatie, direct en goed te handelen? Voor piloten geldt dat het antwoord op die vraag waarschijnlijk 'nee' is...

Een ander gevolg van het automatiseren van het besturen van vliegtuigen is dat het niet alleen het werk van de piloten heeft veranderd, maar dat er daarnaast geen behoefte meer is aan een navigator, radio-operator en boordwerktuigkundige. In plaats van vijf goed opgeleide, best betaalde professionals is er nu nog maar werk voor twee piloten. En zelfs die zijn eigenlijk niet meer nodig, want "Sommige experts verwijzen naar het succes van militaire drones en opperen dat die twee piloten er misschien wel eens twee te veel zouden kunnen zijn." De glazen cockpit is een glazen kooi geworden voor die twee mensen die er nu nog zitten, maar het duurt waarschijnlijk niet lang meer voordat die kooi leeg is. Niet omdat de mensen eruit ontsnapt zijn, maar omdat ze daar overbodig zijn.

Dat automatisering banen kostte en kost, weet iedereen, maar zolang het smerig of saai werk is dat geautomatiseerd wordt én de automatisering nieuw en aardiger werk oplevert, vindt niemand dat een probleem. Carr beweert, en hij is niet alleen, dat we inmiddels op het punt zijn aangeland dat de automatisering nog slechts werk kost en niet langer uitdagend nieuw werk voor mensen oplevert. Diverse nieuwsartikelen van de afgelopen weken lijken dat te bevestigen. Er wordt door de bedrijven inmiddels wel weer geïnvesteerd, maar niet in banen voor mensen:
Dat hoeft niet erg te zijn, zoals de schrijver van "When robots take our jobs, humans will be the new 1%." uitlegt, maar Carr is daar niet zo zeker van. Natuurlijk biedt automatisering kansen, maar hij ziet voorlopig nog volop problemen en gevaren. Hij beweert, onderbouwt en toont bv. aan dat automatisering de zorg vooralsnog duurder heeft gemaakt en lang niet altijd beter, laat zien hoe het gebruik van computers door architecten hun creativiteit en inventiviteit negatief beïnvloedt en maakt duidelijke dat we de toekomst niet alleen aan de technologie mogen overlaten. Hij is het gloeiend eens met hoogleraar robotica Noel Sharkey, die het volgende concludeert: "Je kunt een robot uitrusten met een paar ethische regels, maar ten diepste is hij totaal onverschillig." 

Ondanks, of misschien wel juist omdat Carr in de De glazen kooi vooral bezwaren naar voren brengt en de problemen van (de huidige wijze van) automatiseren breed uitmeet, is het geen door en door negatief boek. Bovendien is het prima dat er niet alleen maar aandacht is voor de verhalen van juichende technologiebedrijven of  voor blijmoedige goed van tongriem gesneden individuen (de Alexander Klöppings van deze wereld) die slecht positieve verhalen vertellen over de technologische voortgang. Wij moeten ook gewezen worden op de niet zo positieve of 'nog uit te dokteren wat we ermee aan moeten' gevolgen van het gebruik van apps, robots en andere computertoepassingen. Dat geldt niet alleen maar voor 'de politiek', maar ook voor individuen én gemeenschappen.
Dat waarschuwen doet Carr over het algemeen uitstekend en duidelijk, maar niet altijd. Soms gaat Carr op de stoel van een filosoof zitten en filosofeert er lustig op los. Dat gebeurt niet altijd even overtuigend, want argumenten waarin termen als diep(e cognitieve processen), rijk(e kennis), echt(e wereld) worden gebruikt, doen nogal Platoons aan en overtuigen niet genoeg. Daar waar Carr over toepassingen en hun gevolgen vertelt, is hij echter zeer overtuigend en duidelijk in zijn element.

Om duidelijk te maken hoe actueel en nodig de informatie in De glazen kooi is, hoe noodzakelijk het is dat er niet alleen door techneuten, maar door iedereen aandacht wordt geschonken aan de wijze waarop en wanneer er geautomatiseerd wordt, is hieronder een tamelijk lukrake lijst met links opgenomen naar actueel nieuws op dit gebied. De variëteit aan onderwerpen toont aan dat de automatisering letterlijk op alle gebieden binnensluipt en ons allemaal op diverse momenten en manieren zal raken. Of het nu kunst betreft, of je werk als programmeur of kok, of het gaat om de wijze waarop landen oorlog voeren (of terroristen aanslagen plegen?), of om de goochelkunsten van je smartphone, of de gehele gezondheidszorg, overal kom je software tegen, zelfs op het gebied van je eigen geluk.