maandag 20 januari 2020

Uit het Handig Literatuurboek #3: Het proletariaat

Het is de laatste aflevering van het jaar, de laatste van het decennium van de serie 'Uit het Handig literatuurboek'. De serie dankt de naam aan het prachtige boek van Willem Wilmink en neemt de onderwerpen die daarin langskomen als uitgangspunt voor een artikel op onze spot. Het onderwerp is deze keer Het proletariaat.

Tekst: Ellen

Wilmink besteedt in zijn boek relatief veel aandacht aan poëzie, zo ook in dit geval. We zijn nog steeds in de  middeleeuwen, dus Marx (en Engels) zijn nog niet aan het woord, maar dat belemmerde Eduard de Dene niet om een gedicht te maken dat als titel Daer en es gheen bermherticheyt upder eerden kreeg en begint met:
Wat zal tschamel ghemeente varynck ghaen maecken?
Tes al diere, dat men te montwaerts steict.
Doet dit behoorlick provisie niet staecken,
Veel zalder ghaen slaepen met verhongherde caecken
De gewone man, wat moet hij ervan maken?
Alles is duur wat je de mond in steekt.
Als we nog meer achterop gaan raken, 
zullen velen gaan slapen met honger op de kaken
Het gedicht eindigt als volgt:
Ingheboren hulpe es ghereyst zynder veerden.
De groote buersen hebben nu dueverhandt.
Daer en es gheen bermherticheyt upder eerden. 
Waar men vroeger iets voor een ander bewaarde,
heeft het grote geld nu de overhand;
er bestaat geen barmhartigheid op de aarde.
Gelukkig zijn er tegenwoordig koopkrachtplaatjes, waarmee gezorgd kan worden dat wat er beschikbaar is, beter verdeeld wordt. Hoewel Charles Ducal, in 2014 Dichter des Vaderland in België, daar - laten we zeggen - genuanceerd tegenover staat, zoals blijkt uit zijn gedicht Koopkracht in De Morgen. Het gedicht werd gepubliceerd op de Werelddag tegen de Armoede (17 oktober).
Na zijn dood werd God vloeibaar
goud. In die vorm kwam hij overal,
op alle plaatsen, die hij overspoelde
tot men geen andere god nog aanbad.

Heter dan kokende as, kouder dan ijs
drong hij binnen door ogen en oren
en dwong alle handen naar zijn gebod:
wie een leven wil moet het zien te kopen.

Wie het kan wordt vloeibaar als God zelf,
wast aan en giet zich uit over de wereld,
duizenden goden, allen de enige.

Wie het niet kan wordt onbestaand,
een roeier zonder spanen,
een zwemmer in het moeras,
een drenkeling buiten adem,
een wesp in een limonadeglas.
Prachtig hè? Op zoek naar andere voorbeelden bladerde ik weer eens door Domweg gelukkig, in de Dapperstraat van C.J. Aarts en M.C. van Etten en stuitte op onder staand gedicht (toegeschreven aan Adriaan Valerius) en begon spontaan te zingen (zingen jullie mee?):
Merck toch hoe sterck nu in 't werck sich al steld,
Die 't allen tijd' so ons vrijheit heeft bestreden.
Siet hoe hij slaeft, graeft en draeft met geweld,
Om onse goet en ons bloet en onse steden.
Hoort de Spaensche trommels slaen!
Hoort Maraens trompetten!
Siet hoe hij komt trecken aen,
Bergen te bezetten.
Berg op Zoom hout u vroom,
Stut de Spaensche scharen;
Laet 's Lands boom end' sijn stroom
Trouwlijck doen bewaren!
Voor wie dit niet spontaan meezingt, ziet en hoort het hieronder aan!

0.jpg

Nee, dit is niet ineens stiekempjes een aflevering van Lees dit lied geworden en nee, het is niet aan de heer Lodewick te danken dat ik het lied ken, maar wel aan de juffen en meesters van de lagere school (basisschool bestond nog niet). Ter gelegenheid van - volgens mij - onder andere Koninginnedag, zongen we dit (en andere liedjes, waaronder het Wilhelmus natuurlijk). Maar er komen ook andere wijsjes naar boven, zoals De wielewaal, Wilt heden nu treden, en Een karretje op de zandweg reed en dan blijkt na enig googlewerk dat ik - zeer waarschijnlijk - veel liedjes heb geleerd uit Nederlands Volkslied of Kun je nog zingen, zing dan mee. Dat ik daar nu pas, na al die jaren, achter kom....

Helemaal afgedwaald! Dus snel terug naar het proletariaat, waarbij ik toch vooral moet denken aan opgroeien in omstandigheden die iemand weinig mogelijkheden geven om haar of zijn talenten te ontplooien. Zelden heb ik dat verschil tussen opgroeien in (tamelijke) armoede en opgroeien in niet-armoede beter verbeeld zien worden dan in On a plate van Toby Morris. Dat zet een mens aan het denken, nietwaar? Zo zijn er talloze, vele en talrijke verhalen, al dan niet op rijm, al dan niet verzonnen, al dan niet getekend, beschikbaar die ons helpen in te leven in omstandigheden, die - gelukkig - voor het overgrote merendeel van ons, normaal gesproken niet aan de orde zijn. Hoewel het in Nederland en België voor vele gezinnen net zomin makkelijk is om het hoofd boven water te houden, en dat hier en nu ongelooflijk moeilijk is en steeds moeilijker lijkt te worden om dat te veranderen. Zo schreef Anne Vegter, toen zij Dichter des Vaderlands was in 2016:
Mijn armoede
Ik wachtte in mijn laatste jurk op het schoolplein.
Een moeder vroeg hoe ik het maakte.
En er was oploskoffie.
Ik werd onzeker, koos geen antwoord
uit angst voor mijn antwoord.
Er is een verband tussen geheugen en openstaande rekeningen.
Mijn zoon was al uit, naar bleek.
Hij had zijn schoenen geruild voor nieuwe spelletjes,
het waren merkschoenen. De opvang was dicht.
Ineens een glimp van God.
Thuis dronk ik online de nacht leeg
in het oneven licht van mijn geleende koelkast.
Weer die wanhoop. Waar moest ik mijn beslissing van betalen?
bron: Dichter des Vaderlands website
Ik weet niet hoe het jullie verging bij het lezen van bovenstaand gedicht, maar bij mij brandde vooral die zin 'Er is een verband tussen geheugen en openstaande rekeningen' er nogal heftig in. Een andere in mijn geheugen gebrande term kwam ik jaren geleden tegen in een artikel in The Guardian van Linda Tirano: Poverty thoughts, noemde zij het. Een voorbeeld:
I smoke. It’s expensive. It’s also the best option. You see, I am always, always exhausted. It’s a stimulant. When I am too tired to walk one more step, I can smoke and go for another hour. When I am enraged and beaten down and incapable of accomplishing one more thing, I can smoke and I feel a little better, just for a minute. It is the only relaxation I am allowed. It is not a good decision, but it is the only one that I have access to. It is the only thing I have found that keeps me from collapsing or exploding.
Het proletariaat. Waar zo'n paragraaf met aan het eind zo'n middeleeuws gedicht allemaal al niet toe kan leiden... Laten we zorgen dat er wel barmhartigheid bestaat op de wereld. En, niet onbelangrijk, weet dat we sinds de middeleeuwen enorme vooruitgang hebben geboekt. Over de hele wereld. Luister en kijk maar naar, de helaas inmiddels overleden, Hans Rosling! En voor wie 'graag' nog wat wil lezen over (het opgroeien in) armoede, kijk naar rechts en zie een lijst met wat suggesties. Die, ik weet het zeker, door jullie zonder enige moeite kan en zal worden aangevuld. Wedden?

Ter afsluiting nog een laatste gedicht dat prima bij dit onderwerp past, omdat het proletariaat dikwijls te kampen heeft met niet al te fraaie woonomstandigheden:

SCHEEF
Een tor bewoonde al een poosje
het hulsje van een lucifersdoosje.
Totdat een koe een poot verzette
en zo de torrenwoning plette.
Het hele huisje uit het lood.
De kleine tor, nog net niet dood,
bewoont nu ietwat uit zijn hum
een parallellepipedum.

Bron: Wis- en natuurlyriek (uitgebreide editie). Met chemisch supplement en verse verzen van K. achtste druk 2018 van Drs. P en Marjolein Kool


ps. waar denken jullie nu aan bij het woord scheefwonen ;)?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.