zondag 24 november 2019

Uit het Handig literatuurboek 1: Kastelen en kathedralen

Vorig jaar september schreef ik een blog over (de inleiding van) het Handig literatuurboek van Willem Wilmink met de bedoeling er een reeks van te maken. Het kwam er even niet van, en dat is maar goed ook, want een betere plaats voor deze serie dan hier, bij Literatuur onder de Loep, is er niet. Geen idee wat het allemaal gaat inhouden of opleveren, maar die onvoorspelbaarheid is - hoop ik - precies wat het zo leuk gaat maken. Ik (of we... want sluit je alsjeblieft aan!) lees een hoofdstuk (en wellicht soms meer) en vertel hier wat er zoal bij mij opkwam (in de vorm van poëzie, fictie, non-fictie, graphic novels, films, series, muziek, etc) tijdens het lezen van Wilmink's aantekeningen en al dan niet dichterlijke overpeinzingen. 
Tekst: Ellen Banner: Anne Oerlemans

Afdeling 1 Middeleeuwen: Kastelen en kathedralen

Links van deze tekst zien jullie een 'berekening van de toepassing van de gulden snede op de gevel van de kathedraal van Laon'. Hoe Wilmink er toekomt om dit te doen (op postkaart), en wat die gulden snede inhoudt voor hem, kun je natuurlijk in het Handig literatuurboek vinden. Mij deed het aan twee boeken denken, waar ik nog regelmatig aan terugdenk. Een daarvan las ik al wel lang geleden: 1988. Het is - voor wie het ook kent natuurlijk - Sarum van Edward Rutherfurd, dat toen in één deel werd uitgegeven. De opdracht aan de binnenkant luidt als volgt:

Dit boek is gewijd
aan hen die de Toren
van Salisbury bouwden
en hen die nu proberen
hem te redden.


1040 pagina's geschiedenis van een plek waar uiteindelijk die zo beroemde kathedraal komt te staan. Ik weet de precieze details niet meer, maar nog wel dat ik het boek verslonden heb en helemaal opgegaan ben in het leven van die vijf familiegeslachten, terwijl ik vanuit een ooghoek - zoals je dat wel vaker hebt met werelden waar je zolang vertoefd hebt - tijdens het lezen met angst en vreze het aantal bladzijden aan de rechterkant zag afnemen.

Het grappige is dat Wilmink, even later, over deze zelfde kathedraal vertelt, in het stukje Van lezen word je dom. Zijn opa, arbeider in een spinnerij, huldigde dit standpunt. Hij kende aan het lezen eenzelfde verderfelijke invloed toe als sommige pedagogen aan de televisie. En toch kreeg Wilmink van die opa het boek De wonderlijke lotgevallen van Jan zonder Vrees van de Antwerpse Constant de Kinder. Het verhaal begint met
In den tijd, toen Jan zonder Vrees over Vlaanderen en Burgondië regeerde, woonde er in het Krabbenstraatje te Antwerpen eene oude vrouw, Moeder Neeltje genaamd, met heuren kleinzoon Jan. In welk nummer het juist was, kan ik echter niet zeggen, omdat het huisje misschien al sedert drie honderd jaar afgebroken is, en ook omdat men destijds geene nummers op de huizen schilderde.Jan was een kerel van ruim achttien jaar en stond bekend als de geduchtste straatkapoen, die er onder de zon liep. Daar in dien tijd alleen de geestelijken, de edelen en de rijke poorters konden lezen en schrijven, was Jan even ongeletterd als de andere kinderen der werkende klas. 't Kon hem echter bitter weinig schelen, daar hij er volstrekt geene behoefte aan had. 
De rest kun je lezen (via de link hierboven) op de website van de DBNL (Digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren), die iedere literatuurliefhebber vast al wel eens is tegengekomen (en zo niet... dan nu).

Viavia (Potter intended) mijmert Wilmink de weg naar de kathedraal van Salisbury, waar hij vaak te vinden was. Waar Wilmink niet aan dacht, maar ik wel, is het boek van Alan Hollinghurst: De schoonheidslijn (The line of beauty). Het boek won de Booker Prize in 2004, en speelt zich af in het Engeland van Margaret Thatcher (1983). Nick Guest (de achternaam zegt alles) trekt bij de steenrijke familie Feddens in. Hij is bevriend met de zoon des huizes Toby, en daarom komt hij aan dit goedkope adres op een toen al niet te betalen plek: Notting Hill. Hij komt terecht in een wereld van politiek gefoezel, achterbaks gekonkel, geldsmijterij door kunst'liefhebbers', een wereld van 'alles kan als het maar stiekem gebeurt', en je publieke imago maar geen schade lijdt. Nog steeds een bijzonder boek, en bij tijd en wijle behoorlijk pijnlijk om te lezen. En een boek waar door de hoofdpersoon, een bijna obsessieve liefhebber van (oude) kunst, uitgebreid aandacht wordt besteed aan de gulden snede, de schoonheidslijn.

0.jpg

In een eerder gekaderd stuk, dat de titel Hebban olla uogala draagt, vertelt Wilmink over de monnik die vele eeuwen geleden - waarschijnlijk - zijn pen aan het uitproberen was bij het schrijven van die paar zinnen. Het bruggetje van de gulden snede in De schooheidslijn naar de Carmina Burana (bekend van de bewerking door Carl Orff) én het geweldig (mooie) Reyenaert de Vos van Marc Legendre en René Broens legt Wilmink voor het eerste deel zelf: In de twaalfde-eeuwse verzameling liederen Carmina Burana krijgt dit soort lieden [geestelijken die een zwendelhandel in heilige attributen, zoals een splinter van het kruis van Jezus, of een stuk stof van het gewaad van Maria Magdalena, hadden] de wind van voren.
Als een priester of diaken
makkelijk fortuin wil maken,
doen die wonderlijke snaken
wat men tevergeefs blijft laken:
gooien het op een akkoord
als van Simon werd gehoord
en doen met het Bijbelwoord
hele goeje zaken.
Simon, zo legt Wilmink uit, is Simon de tovenaar, te vinden in Handelingen 8 in de Bijbel: Simon zag hoe de mensen de Heilige Geest kregen als de apostelen hun de handen oplegden. Toen wilde hij die macht van hen kopen. 19 Hij zei: "Geef mij ook die macht om mensen de Heilige Geest te geven als ik hun de handen opleg." En hij bood hun geld aan. 20 Maar Petrus zei tegen hem: "Het zal slecht aflopen met jou en je geld, als je denkt dat je dit geschenk van God met geld kan kopen! 21 Jij hebt hier helemaal niets mee te maken, want je hart is niet eerlijk voor God! 22 Stop hiermee en bid God dat Hij het je vergeeft. 23 Want ik zie dat je een bitter vergif bent. Je zit vast in een wirwar van slechtheid."

Natuurlijk kom je verhalen uit de bijbel tegen als je over literatuur uit de middeleeuwen vertelt, en dus moet het genoemd worden. Maar ik kies dan wel voor een afwijkende versie: Bijbelse miniaturen van Carel ter Linden, die erover vertelde tijdens een uitzending van de Taalstaat. Veel ouder - meer dan tien jaar namelijk - is het artikel in The Guardian van de toenmalige poet laureate Andrew Motion, waarin hij zegt: Children should be taught the Bible throughout their education because it is an "essential piece of cultural luggage" without which they will struggle to fully understand literature [...]. People cannot expect to understand much of literature - from John Milton to TS Eliot - without learning the Bible first [...] The sermon on the mount and the crucifixion are stories which have influenced story structures ever since, while the book of Ruth is essential because of "the beauty of the writing". 

Hoe waar zo'n uitspraak is, blijkt wel uit het essay Op de vleugelen der profeten van Jan Wolkers, dat ik (pas) vorige week las. Hij vertelt daarin op ronkende wijze hoe de verhalen uit de bijbel, voorgelezen door zijn vader, Arendsoog en Witte Veder voor hem tot gaapverwekkende, suffe personages maakten en hem tot in alle details op het leven voorbereidden.
Een ander voorbeeld van een gedicht waarin de geestelijkheid het mikpunt van (welverdiende) spot is, is natuurlijk Reynaert de Vos. Waarschijnlijk geschreven in de 13de eeuw door ene Willem die ook Madocke heeft geschreven. Maar de versie die ik het laatste gelezen heb, is de prachtige 'vertaling' van René Broens die zich afspeelt in de wereld van Marc Legendre. Donker, woest, wild, bloederig, geil en grappig, het leven van Reynaert gaat niet over rozen, en zijn listen lopen niet altijd goed af, maar dit is wel iemand om een paar uur mee door te brengen, omdat het met hem in de buurt in ieder geval nooit saai is.
Laat ik, net als Wilmink, tenslotte nog een Chinees gedicht opnemen als goedmaker, want, net als Wilmink, schiet ook ik enorm tekort als het gaat om culturele en dus literaire verwijzingen: allemaal - op de bijbel na - westers geörienteerd. Wilmink neemt De kruik van Yuan Zhen over, maar ik gebruik een kort gedicht van Zhuang Zi (die onder andere Oscar Wilde beïnvloedde) dat in Zi's Innerlijke geschriften te vinden is:
Een afzichtelijk man
Wanneer een afzichtelijk man vader wordt
en hem wordt midden in de nacht
een zoon geboren,
dan steekt hij bevend een lamp aan
en haast zich vol angst
naar het kind
om te zien
of het op hem lijkt.
De volgende aflevering komt eind november... mocht je willen bijdragen/meelezen, heel graag. Het onderwerp is Geloven. Kom maar op met jullie teksten en suggesties hieronder, laten we dit Handig literatuurboek nog handiger maken met onze eigen ervaringen, overpeinzingen, en lees-, kijk- en luistertips! En lees vooral het essay van Jan Wolkers als je eraan kunt komen...

Oorspronkelijk geplaatst op 17 oktober 2019 op Literatuur onder de Loep op Hebban.nl

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.