zondag 18 mei 2014

Orfeo van Richard Powers

Breaking off from a particularly jagged and angry riff, he launched into an equally jagged diatribe, the gist of which was already familiar to me: everything in popular music had been done before, and usually those who'd done it first had done it best. Besides, the instant availability of almost everything that had ever been done stifled his creativity, and made him feel it was all hopeless.
bron: Will Self over zijn tienerzoon in The novel is dead (this time it's for real)
Toen ik de quote las, wist ik meteen dat ik deze op de een of andere manier in mijn reactie op Powers' nieuwste boek moest gebruiken. Een paar weken geleden had ik die quote niet op waarde kunnen schatten, maar nu wel. Zoals ik ook de rest van het verhaal van Will Self begrijp en mijzelf gelukkig prijs nog over een Gutenberghoofd te beschikken. Gutenberggeest is misschien een betere vertaling, maar nog steeds te letterlijk naam mijn zin. Ik ben, denk ik, een Gutenbergmensch.

Ik ben blij dat ik ondanks alle afleiding - Facebook, Wordfeud, Mail, Twitter, enz. -  nog steeds in staat ben om dat 'uit' te zetten en me volledig in een boek te storten. Als het boek daaraan meewerkt, natuurlijk. Het enige dat ik mezelf toestond te gebruiken was Spotify. Powers vertelt zo betoverend mooi over muziek, oud én modern, dat ik mezelf toestond om de muziek op te zoeken en, tijdens het (opnieuw) lezen van diverse passages, af te luisteren. Aan de nieuwe afspeellijsten die ik heb gemaakt is duidelijk te zien dat ik Orfeo niet alleen gelezen heb, maar dat ik van dit boek houd.



En dit is nog maar een deel van de muziek waarmee ik heb mogen kennismaken dankzij Powers' Peter Els. De rest moet ik nog toevoegen en ik moet er nog een fatsoenlijke afspeellijst van maken. Op de website van Richard Powers zelf, zijn Spotify-afspeellijsten opgenomen waar ik mooi gebruik van kan maken.

Al eerder schreef ik over dit boek (zie Het einde van de tijd) en meer in het bijzonder over de onovertroffen wijze waarop Powers de muziek in het boek tot leven brengt, maar dat is niet het enige dat dit boek zo bijzonder maakt. Wat het boek ook bijzonder maakt is zijn zeventigjarige hoofdpersoon, die aan het eind van zijn leven chemie, het vak dat hij heeft opgeven, en muziek, het vak dat hij lang geleden boven de chemie verkoos, wil combineren tot een nog niet eerder uitgevoerd, zelfs niet eerder gehoord muziekstuk. Waarom en hoe Peter Els daar uiteindelijk bij terechtkomt, is de rode draad van Orfeo. Het leven van Peter Els is op zichzelf niet het meest boeiende leven dat je je kunt voorstellen, maar omdat hij kiest voor de muziek en componist wordt, worden de ontwikkelingen die in de afgelopen eeuw(en) in de kunst en - meer specifiek - in de muziek hebben plaatsgevonden prachtig in het verhaal verwerkt. Van de muziek van de white throated sparrow 


via de Jupitersymfonie, en de Hermitsongs van Samuel Barber, langs John Cage's Musicircus en zijn onvergetelijke 4:33,


via Radiohead, Björk, Dillinger Escape plan, waarbij ik bijna Stravinsky's prachtige vertelling van Le Sacre du Printemps vergeet en het altijd lieflijke Itsy Bitsy Spider,


en ik moet nalaten te vertellen hoe prachtig Powers Barstow van Harry Partch in het verhaal weet te verweven en ik ook al moet besluiten om verder niets te vermelden bij de link naar de Neruda songs van Peter Lieberson, omdat ik toch een keer moet eindigen en dat wil doen met mijn tweede absolute hoogtepunt. Niet alleen omdat die muziek me betoverde én betovert, maar ook vanwege de wijze waarop Powers de muziek verwerkt in zijn verhaal. Ik ben Richard Powers ontzettend dankbaar voor de uren die ik in Peter Els' gezelschap heb mogen vertoeven, maar nog meer vanwege de kennismaking met muziek en musici die ik anders nooit had kunnen of willen waarderen...

Om dan toch een keer te stoppen, vergeet ik daarom maar te vertellen over hoe fantastisch de gebeurtenissen in WACO vervlochten worden met een niet bestaand muziekstuk, hoe Powers via de muziek continue commentaar geeft op de wijze waarop terroristen erin geslaagd zijn om ons dagelijks leven te vergiftigen en waarom ik deze blog moest beginnen met de quote van Will Self (hoewel dat laatste snel verholpen is door te verwijzen naar HPSCHD van John Cage). Het einde is aan Proverb van Steve Reich, waarvan ik naast Quartet for the End of Time van Olivier Messiaen (zie Het einde van de tijd), het meest genoten heb... hallucinerend mooi. Net als Orfeo.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen