dinsdag 6 mei 2014

Beter dan echt van Jane McGonigal

Spelletjes spelen is zonde van de tijd, asociaal en bereid je niet voor op het echte, eigenlijke leven. Toch? Niet volgens Jane McGonigal. En zij kan het weten, want ze onderzoekt al jaren de invloed die het spelen van spellen - en dan met name elektronische spellen - heeft op individu en samenleving.

Stam je uit de tijd van Pong, Pacman of Breakout (gebruik de pijltjestoetsen!)? Ben je via Space invaders en diverse Questspellen - zoals Kings Quest - langzaam maar zeker afgehaakt?



Ook nooit de zin, de lol of het nut ingezien van het doden van zombies, overhoop rijden van oude dames of van het springen op een Cheep-Cheep? Dan zal de ondertitel van het boek je, net als mij, een ironische grijns ontlokken: Hoe games ons gelukkiger, slimmer en socialer maken. Natuurlijk, daar is weer een Amerikaan met een fabeltje over hoe wij het zelf in de hand hebben om gelukkig(er), en dit keer zelfs ook slimmer en socialer te worden. En dan niet door daar dikke boeken over te lezen of nuttige werken te verrichten. Nee, door spelletjes genaamd games te spelen. Games?

Ja, games! Voor iedereen die (nog) denkt dat elke game een variant is van het bloeddorstige Doom is dit boek een regelrechte aanrader.


Wist je bijvoorbeeld dat Doom over een wiki beschikt? Een wiki van 2807 pagina's, opgezet en onderhouden door de spelers zelf. Niet slecht gedaan van al die eenzame, schietgrage non-communicado's. Er staat informatie over de geschiedenis en achtergrond van het spel, hoe je het kunt spelen, over de graphics en de muziek. Er blijkt een hele gemeenschap van Doomspelers te bestaan! En dat geldt niet alleen voor Doom, maar voor veel meer spelen. Het stadium van alleen maar - in je eentje, verscholen achter scherm en toetsenbord - simpelweg afschieten van zombies en andere monsters is al lang en breed voorbij.

Een nieuw spel moet de mogelijkheid hebben om soms alleen aan de slag te gaan, maar vooral ook om samen met anderen op pad te gaan en de wereld te redden of te verbeteren. En niet alleen de virtuele wereld, maar ook de echte. Een simpel voorbeeld daarvan is het spel Free Rice: een vraag- en antwoordspel waarbij elk goed antwoord 10 korrels rijst oplevert voor het World Food Programme. Wat is nu 10 korrels rijst? Vrijwel niets, maar ondertussen zijn er 10.037.704.006 korrels bijeen gespeeld door gamers van over de hele wereld en dat zijn toch heel wat maaltijden. Een ander voorbeeld is Foldit, een online eiwitvouwspel dat eind 2011 het eerste succes kon melden: gamers hadden binnen enkele weken de structuur bepaald van een belangrijk retroviraal protease dat erg interessant is voor aids-wetenschappers. Maar je mag natuurlijk ook kleiner denken: een game om je te helpen afvallen bijvoorbeeld. Of om van het huishouden een avontuurlijk spel te maken met als resultaat dat er bijna letterlijk gevochten wordt om de vuilnisemmer buiten te zetten of het toilet schoon te maken.

Maken games ons werkelijk gelukkiger, slimmer en socialer door ons in de gelegenheid te stellen - voorzien van virtuele superkrachten - epische overwinningen te boeken, afgewisseld met smakelijke nederlagen? Misschien wel. Aan het enthousiasme van McGonical ligt het in ieder geval niet. En dat haar betoog voor veel mensen van boven de dertig heel wat onontbeerlijke eye openers bevat, staat als een paal boven water. Het is jammer dat ze tijdens haar verhaal wat al te veel in herhaling valt en dat de wetenschappelijke onderbouwing dun is (n = soms wel erg klein bv.). Ze heeft echter absoluut gelijk als ze stelt dat het echte leven wel wat van de virtuele wereld kan leren en vooral als het erom gaat mensen te motiveren mee te doen.

De vertaling van Joost Mulder is over het algemeen goed, maar het redigeren had een tikje zorgvuldiger gekund. Jammer dat er voor de Nederlandse versie aan het eind van het boek geen lijst(je) actuelere en/of alternatieve Nederlandse/Europese games is opgenomen. Gelukkig is er nog het onvolprezen Wikipedia waarin uitgebreid kan worden gegrasduind in allerlei soorten games: van adventure, via puzzel- en rollenspellenspelen naar zandbakspelen.

(gelezen in mei/juni 2012)

Aanvulling mei 2014:
Nooit meer slapen (VPRO): Videogames zijn een miljardenindustrie geworden. Maar deze industrie heeft ook een meer kleinschalige kant: 'indie games'. Nederland is sterk vertegenwoordigd in dit genre. Het zijn video games die door individuen of kleine teams worden ontwikkeld, meestal zonder financiële steun van een uitgever. We onderzoeken het fenomeen met journalist Niels 't Hooft en game-ontwikkelaar Rami Ismail.
Zie ook Vlambeer.

Games en internet (Holland Doc): Internet speelt een grote rol in ons dagelijks leven en sommige mensen beginnen er zelfs een tweede leven. Ook games vinden steeds meer online plaats; in een niet-plaatsgebonden speelveld nemen mensen het op tegen virtuele personages in plaats van werkelijke tegenstanders. In dit dossier zijn films over games en internet te vinden. 
Ook over negatieve effecten van games en gamen.

Online gaming breidt het sociale leven van spelers uit (Engels): Online sociale gedrag is geen vervanging van offline sociaal gedrag in de gaming community, blijkt uit recent onderzoek. In plaats daarvan, breidt online gaming het sociale leven van de spelers uit. "Gamers zijn niet de stereotype, asociale 'kelderbewoners' zoals ze vrijwel altijd worden neergezet, maar het zijn zeer sociale mensen," zegt de auteur van een studie naar online gaming gemeenschappen. "Dit zal geen verrassing voor de gaming community zelf, maar het is belangrijk om dit aan alle anderen te vertellen. 'Loners' zijn de uitschieters in gaming, niet de norm."
Zie ook Video Games News op ScienceDaily; ook over negatieve effecten van games en gamen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten