zaterdag 26 april 2014

Het einde van de tijd

Stel je de volgende scene voor: vier uitgehongerde, en dus broodmagere muzikanten die spelen op een klarinet, een goedkope viool, een piano die op instorten staat waarvan de toetsen na het indrukken niet altijd weer omhoog komen en een afgeleefde cello. Het toneel is Stalag VIII A-Görlitz.


Het haveloze kwartet bestaat uit Jean Le Boulaire (violist), Henri Akoka (klarinettist), Etienne Pasquier (cellist) en Olivier Messiaen (piano). Ze staan op het punt om voor het eerst het Quartet pour la fin du temps te spelen, gecomponeerd door Olivier Messiaen daar, in het kamp, voor een publiek van Duitse bewakers en 400 uitgehongerde, kapotgewerkte en zieke krijgsgevangen.

Dit is wat ik las en wat ik hoorde. Vanmorgen in mijn tuin, met vogelgezang op de achtergrond en uiteindelijk met tranen over mijn wangen.


Het verschil kan nauwelijks groter zijn en toch was ik daar even, in dat krijgsgevangenkamp en luisterde ik mee. Het kan nooit zo mooi geklonken hebben op die gammele muziekinstrumenten, in die omstandigheden, maar dankzij Richard Powers en meer specifiek door zijn hoofdpersoon in Orfeo, Peter Els, ben ik daar toch heel even geweest en kan ik nu en straks deze muziek - die ik anders niet om aan te horen had gevonden - niet meer horen zonder tranen in mijn ogen te krijgen omdat ik het zo ongelooflijk mooi vind.


Het eind van het einde beschrijft Powers' Els als volgt (movement 8 in de video):
   The end of the End, when it arrives at last, comes as a solo violin above piano throb. Pared back to its essence, the melody abides, burnt pure in the crucible of the war. Out of a cloud of shimmering E major Chords - the key of paradise - the violin hunts at all a person might still have, after death takes everything. The violin rises; the piano climbs along toward some final immobilility beyond human patience and hearing. The praise wanders higher, into C major, through a frozen minefield of ambiguous diminished and augmented chords, rising again to another E major, then one more in the octave above. From out at the edge of the key- and fingerboards, the line glances back at a lost Earth on a cold night, when there is time no longer.
   When the last notes die out in the frozen air, nothing happens. The captive audience sits in silence. And in silence, awe and anger, perplexity and joy, all sound the same. At last there's applause. The prisoners in their clogs and bottle-green Czech uniforms fall back into the world and make an awkward bow. And then, Le Boulaire will recall decades later, lots of unresolved discussions, about this thing that no one had understood.
Ik ga bovenstaande niet vertalen, omdat het zou voelen als heiligschennis: deze woorden horen - voor mij - voor eeuwig bij deze muziek. En Peter Els zit in mijn hart. Wat er ook nog door of met hem gebeurt in de rest van Orfeo,

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen